De DSM, voluit *Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders*, is een internationaal classificatiesysteem voor psychische stoornissen. Het handboek wordt gebruikt door psychiaters, psychologen en andere zorgprofessionals om diagnoses te stellen op basis van gestandaardiseerde criteria. In het onderwijs speelt de DSM een indirecte rol, bijvoorbeeld bij de herkenning van gedrags- en ontwikkelingsstoornissen.
Veel stoornissen die invloed hebben op het functioneren in de klas zijn opgenomen in de DSM. Denk aan:
Hoewel de DSM geen onderwijskundig document is, helpt kennis van dit classificatiesysteem om gedrag beter te duiden en passend te reageren.
De DSM beschrijft stoornissen, geen persoonlijkheden of talenten. Voor onderwijsprofessionals is het belangrijk om verder te kijken dan een diagnose. Aandacht voor het individu, het pedagogisch klimaat en potentieelgericht onderwijs blijft cruciaal.
De huidige editie, de DSM-5, biedt vernieuwde criteria en indelingen. Hoewel scholen geen diagnoses stellen, is basiskennis over DSM-classificaties waardevol voor leerlingbegeleiding en samenwerking met externe professionals.