Ook het curriculum van het voortgezet onderwijs verandert. Voor de onderbouw zijn nieuwe kerndoelen ontwikkeld die concreter beschrijven welke kennis, vaardigheden en ervaringen leerlingen tijdens de eerste jaren van het voortgezet onderwijs moeten opdoen.
De vernieuwde set bestaat uit 45 kerndoelen, verdeeld over negen leergebieden. Nederlands en rekenen en wiskunde zijn sinds 1 augustus 2026 van kracht. Voor de overige leergebieden volgt de wettelijke invoering gefaseerd.
Voor VO-scholen betekent dit niet alleen dat afzonderlijke vakken naar hun programma moeten kijken. De nieuwe kerndoelen vragen ook aandacht voor samenhang tussen vakken, doorgaande leerlijnen en onderwerpen die niet vanzelfsprekend bij één vak thuishoren, zoals burgerschap en digitale geletterdheid.
De officiële kerndoelen vind je bij SLO. Op deze pagina leggen we uit wat ze betekenen voor de onderwijspraktijk.
De kerndoelen gelden voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Bij het vmbo gaat het om de eerste twee leerjaren. Bij havo en vwo bestaat de onderbouw uit de eerste drie leerjaren.
Voor de bovenbouw werkt het anders. Daar wordt het landelijke curriculum beschreven in examenprogramma's en eindtermen. Ook deze worden vernieuwd, maar dat is een afzonderlijk onderdeel van de curriculumactualisatie.
De kerndoelen zijn geen jaarprogramma. Ze schrijven niet voor wat een docent precies in klas 1, 2 of 3 moet behandelen. De school vertaalt de landelijke doelen naar het eigen curriculum en bepaalt hoe de inhoud over leerjaren en vakken wordt verdeeld.
Voor de onderbouw zijn de kerndoelen verdeeld over negen leergebieden:
Dat betekent niet dat iedere school negen nieuwe vakken op het rooster moet zetten. De kerndoelen beschrijven wat leerlingen moeten leren, maar scholen houden ruimte om te bepalen hoe zij het onderwijs organiseren. Dat kan met afzonderlijke vakken, leergebieden, vakoverstijgende projecten of een combinatie daarvan.
De invoering van de nieuwe kerndoelen gebeurt niet voor alle leergebieden tegelijk.
Sinds 1 augustus 2026 zijn de nieuwe kerndoelen voor Nederlands en rekenen en wiskunde in werking getreden.
Voor de overige leergebieden wordt gewerkt aan de wettelijke vastlegging. Scholen hoeven ondertussen niet te wachten: zij kunnen de nieuwe doelen al gebruiken bij het onderzoeken en ontwikkelen van hun curriculum.
Er geldt bovendien overgangsrecht. Daardoor hoeft een school niet op één moment het volledige curriculum om te gooien. De overgang kan per leergebied en stapsgewijs plaatsvinden.
Meer over de verschillende data en het overgangsrecht lees je op de pagina over de invoering van de nieuwe kerndoelen.
De oude kerndoelen voor de onderbouw waren breed geformuleerd en gaven scholen veel ruimte. Die professionele ruimte blijft bestaan, maar de nieuwe kerndoelen beschrijven duidelijker welke onderwijsinhoud van belang is.
Meer richting
De nieuwe kerndoelen zijn concreter. Daardoor wordt beter zichtbaar welke kennis, vaardigheden en ervaringen leerlingen aangeboden moeten krijgen.
Meer samenhang
De leergebieden staan niet los van elkaar. Taal speelt bijvoorbeeld een rol bij vrijwel ieder vak, data komen terug bij wiskunde én andere leergebieden en digitale geletterdheid raakt aan de manier waarop leerlingen informatie zoeken, beoordelen en verwerken.
Herkenbare positie voor nieuwe inhoud
Vooral burgerschap en digitale geletterdheid krijgen een duidelijk herkenbare positie binnen het landelijke curriculum.
Een doorgaande lijn
De kerndoelen voor primair en voortgezet onderwijs zijn meer in samenhang ontwikkeld. Daardoor wordt duidelijker waarop het VO kan voortbouwen en hoe de onderbouw vervolgens voorbereidt op de bovenbouw.
Wil je de veranderingen uitgebreider bekijken? Lees dan de verschillen tussen de oude en nieuwe kerndoelen.
In het voortgezet onderwijs ligt een belangrijk deel van het curriculum bij vaksecties. Dat blijft belangrijk: vakdocenten hebben de inhoudelijke expertise om kerndoelen naar goed onderwijs te vertalen.
Tegelijkertijd vragen de nieuwe kerndoelen om ook over de grenzen van afzonderlijke vakken heen te kijken. Neem bijvoorbeeld het beoordelen van informatie. Dat kan terugkomen bij Nederlands, mens en maatschappij, mens en natuur én digitale geletterdheid.
Dat roept praktische vragen op:
Vooral bij burgerschap en digitale geletterdheid is dat belangrijk. Wanneer een onderwerp bij veel vakken kan worden ondergebracht, bestaat ook het risico dat uiteindelijk niemand verantwoordelijk is voor het geheel.
Vakoverstijgend werken is geen doel op zichzelf. De nieuwe kerndoelen verplichten scholen niet om vakken samen te voegen of het rooster anders in te richten. Samenwerking tussen vakken is vooral zinvol wanneer die de inhoud en samenhang van het onderwijs versterkt.
Een brugklasleerling begint niet opnieuw. Kennis en vaardigheden die tijdens de basisschool zijn opgebouwd, vormen het vertrekpunt voor verdere ontwikkeling in het voortgezet onderwijs.
Daarom is het bij het ontwikkelen van het curriculum zinvol om niet alleen naar de VO-kerndoelen te kijken. Vragen die daarbij kunnen helpen zijn:
Bekijk hiervoor ook de nieuwe kerndoelen voor het primair onderwijs.
Dezelfde kerndoelen spelen ook een rol binnen het voortgezet speciaal onderwijs. Voor leerlingen in het VSO met uitstroomprofiel vervolgonderwijs sluit het curriculum aan op het reguliere VO. Voor leerlingen die worden voorbereid op arbeid of dagbesteding zijn er functionele kerndoelen. Lees meer over de nieuwe kerndoelen in het speciaal onderwijs.
De invoering hoeft niet te beginnen met het herschrijven van alle vakwerkplannen. Een betere eerste stap is onderzoeken hoe het huidige onderwijs zich verhoudt tot de nieuwe doelen.
1. Begin met wat al geldt
Start met Nederlands en rekenen en wiskunde. De nieuwe kerndoelen voor deze leergebieden zijn sinds augustus 2026 in werking.
2. Breng het huidige curriculum in kaart
Leg de nieuwe kerndoelen naast het bestaande onderwijs. Kijk daarbij niet alleen naar vakwerkplannen, maar ook naar projecten en andere onderdelen van het onderwijs.
3. Geef vaksecties ruimte
Laat docenten vanuit hun vakexpertise onderzoeken welke doelen hun vak raken, wat al goed aansluit en waar aanpassing nodig is.
4. Kijk tussen de vakken
Breng in kaart welke doelen meerdere secties raken. Spreek af wie waarvoor verantwoordelijk is en voorkom zowel hiaten als onnodige overlap.
5. Bewaak het geheel
Zorg dat iemand op schoolniveau overzicht houdt. Afzonderlijke secties kunnen hun curriculum uitstekend op orde hebben terwijl er op schoolniveau toch onderdelen ontbreken.
6. Maak een meerjarige planning
Niet ieder leergebied hoeft tegelijkertijd te worden aangepakt. Gebruik de overgangsperiode om onderdelen gefaseerd te onderzoeken, aan te passen, uit te proberen en te borgen.
De invoering speelt daarmee op drie niveaus: binnen de vaksectie, tussen vaksecties en op schoolniveau. Juist de verbinding tussen die niveaus bepaalt uiteindelijk of de afzonderlijke vakprogramma's samen een compleet en samenhangend curriculum vormen.
Voor welke leerjaren gelden de kerndoelen in het voortgezet onderwijs?
De kerndoelen gelden voor de onderbouw. Bij het vmbo gaat het om leerjaar 1 en 2; bij havo en vwo om de eerste drie leerjaren.
Gelden de nieuwe kerndoelen ook voor de bovenbouw?
Nee. Voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs wordt gewerkt met examenprogramma's en eindtermen. Ook deze worden vernieuwd, maar dat is een afzonderlijk onderdeel van de curriculumactualisatie.
Hoeveel nieuwe kerndoelen zijn er voor het VO?
De vernieuwde set bestaat uit 45 kerndoelen voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs, verdeeld over negen leergebieden.
Gelden dezelfde kerndoelen voor vmbo, havo en vwo?
De kerndoelen vormen het landelijke kader voor de onderbouw. Binnen sommige leergebieden zijn daarnaast specifieke uitwerkingen of toevoegingen voor havo en vwo opgenomen. Scholen vertalen de doelen naar een curriculum dat past bij de onderwijssoort en verdere schoolloopbaan van leerlingen.
Moeten scholen voortaan met leergebieden werken in plaats van vakken?
Nee. De indeling in leergebieden betekent niet dat bestaande schoolvakken moeten verdwijnen. Scholen houden ruimte om het onderwijs met vakken, leergebieden, projecten of combinaties daarvan te organiseren.
Moeten alle vakwerkplannen opnieuw worden geschreven?
Niet automatisch. Vergelijk eerst de nieuwe kerndoelen met het bestaande onderwijs. Pas daarna wordt duidelijk welke onderdelen al aansluiten en waar aanpassing nodig is.
Gelden deze kerndoelen ook in het VSO?
Voor leerlingen in het VSO met uitstroomprofiel vervolgonderwijs sluiten de kerndoelen aan op het reguliere voortgezet onderwijs. Voor de uitstroomprofielen arbeid en dagbesteding zijn functionele kerndoelen van belang. Bekijk hiervoor het overzicht van de nieuwe kerndoelen in het speciaal onderwijs.
Wanneer moet een VO-school volledig zijn overgestapt?
Tijdens de overgangsperiode kunnen scholen stapsgewijs overstappen. Vanaf augustus 2031 wordt op de nieuwe kerndoelen gehandhaafd. Bekijk de volledige planning voor de invoering voor de verschillende stappen.
Vanuit dit overzicht kun je je verder verdiepen in de andere sectoren en de afzonderlijke leergebieden:
Voor de officiële formuleringen en documenten kun je terecht bij SLO.