De nieuwe kerndoelen rekenen en wiskunde zijn sinds 1 augustus 2026 van kracht. Ze beschrijven duidelijker welke reken-wiskundige kennis en vaardigheden leerlingen tijdens hun basisschooltijd moeten ontwikkelen.
Daarbij gaat het om meer dan goed kunnen rekenen. Leerlingen leren ook wiskundig denken, redeneren, problemen oplossen, verbanden leggen en hun kennis toepassen in verschillende situaties. Dat maakt de nieuwe kerndoelen interessant om naast het huidige rekenonderwijs van je school te leggen.
Wat valt op in de nieuwe kerndoelen en wat betekent dat voor de praktijk?
De officiële kerndoelen vind je bij SLO. Op deze pagina leggen we uit wat ze betekenen voor de onderwijspraktijk.
De nieuwe kerndoelen rekenen en wiskunde beschrijven zowel de inhoud die leerlingen aangeboden krijgen als de manieren waarop zij met die inhoud leren werken.
Je herkent veel vertrouwde onderdelen van het reken-wiskundeonderwijs:
Die onderdelen staan niet los van elkaar. Leerlingen moeten reken-wiskundige kennis niet alleen verwerven, maar deze ook leren gebruiken, uitleggen en toepassen.
De officiële formuleringen en uitwerkingen van de kerndoelen vind je bij SLO. Onderaan deze pagina vind je een link naar de volledige set.
Goed kunnen rekenen blijft vanzelfsprekend belangrijk. Leerlingen moeten kennis opbouwen van getallen, bewerkingen, verhoudingen, meten, meetkunde en verbanden en daar steeds vaardiger mee leren werken.
Maar reken-wiskundige ontwikkeling gaat verder dan het vinden van het juiste antwoord. De nieuwe kerndoelen maken ook zichtbaar dat leerlingen moeten leren denken met wiskunde.
Redeneren
Hoe weet je dat een antwoord klopt? Welke aanpak heb je gekozen? Kun je uitleggen waarom een bepaalde redenering wel of niet werkt?
Zulke vragen helpen leerlingen om niet alleen procedures uit te voeren, maar ook te begrijpen wat zij doen.
Problemen oplossen
Niet iedere rekenvraag vertelt precies welke bewerking nodig is. Leerlingen moeten ook situaties leren onderzoeken, relevante informatie herkennen en een passende aanpak kiezen.
Verbanden leggen
Wiskundige kennis bestaat niet uit allemaal losse onderdelen. Breuken hebben bijvoorbeeld relaties met verhoudingen, procenten en kommagetallen. Door zulke verbanden te begrijpen, ontstaat een steviger wiskundig netwerk.
Rekenen en wiskunde krijgen betekenis wanneer leerlingen hun kennis ook buiten een geïsoleerde rekensom kunnen gebruiken.
Dat vraagt om situaties waarin leerlingen moeten bepalen welke reken-wiskundige kennis relevant is en hoe zij die kunnen inzetten.
Van situatie naar wiskunde
Een praktische situatie bevat meestal geen kant-en-klare som. Leerlingen moeten informatie interpreteren, een situatie vertalen naar een berekening, model of andere wiskundige voorstelling en vervolgens beoordelen wat de uitkomst betekent.
Andersom moeten leerlingen een wiskundige uitkomst ook weer kunnen verbinden aan de oorspronkelijke situatie. Een getal op zichzelf is immers niet altijd een bruikbaar antwoord.
Verschillende representaties
Getallen, tabellen, grafieken, diagrammen, tekeningen, modellen en formules kunnen allemaal helpen om wiskundige informatie weer te geven.
Leerlingen leren zulke representaties lezen en gebruiken, maar ook verbanden ertussen herkennen. Dezelfde informatie kan immers op verschillende manieren worden weergegeven.
Dit raakt bovendien andere leergebieden. Denk aan het lezen van een grafiek bij mens en maatschappij, meten bij mens en natuur of het interpreteren van gegevens uit een onderzoek.
Getallen en bewerkingen vormen een belangrijk fundament van het reken-wiskundeonderwijs. Leerlingen ontwikkelen inzicht in getallen en leren verschillende bewerkingen uitvoeren en gebruiken.
Getalbegrip
Goed rekenen begint bij begrijpen wat getallen betekenen en hoe ze zich tot elkaar verhouden. Leerlingen werken met verschillende soorten getallen en leren deze vergelijken, ordenen en gebruiken.
Bewerkingen
Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen blijven vanzelfsprekend onderdeel van het curriculum. Daarbij gaat het niet alleen om het correct uitvoeren van een berekening, maar ook om inzicht in de bewerkingen en de relaties ertussen.
Verhoudingen
Verhoudingen komen op allerlei manieren terug in het dagelijks leven en in andere onderdelen van wiskunde. Denk aan breuken, procenten, schaal en andere situaties waarin hoeveelheden met elkaar worden vergeleken.
Juist hier is samenhang belangrijk. Wanneer leerlingen begrijpen hoe breuken, procenten, kommagetallen en verhoudingen met elkaar verbonden zijn, hoeven zij minder losse regels te onthouden.
Ook meten en meetkunde hebben een duidelijke plaats binnen de nieuwe kerndoelen. Leerlingen ontwikkelen inzicht in grootheden, maten, vormen en ruimtelijke relaties.
Meten met begrip
Meten is meer dan een formule gebruiken. Leerlingen moeten begrijpen welke grootheid wordt gemeten, welke eenheid passend is en hoe verschillende maten zich tot elkaar verhouden.
Daarbij kunnen onder andere lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, tijd en andere grootheden aan bod komen.
De ruimte om ons heen
Bij meetkunde leren leerlingen eigenschappen en relaties van vormen en figuren herkennen en gebruiken. Ook ruimtelijk redeneren speelt daarbij een rol.
Dit biedt veel mogelijkheden om rekenen en wiskunde te verbinden met concrete situaties, onderzoekend leren en andere leergebieden.
De nieuwe kerndoelen betekenen niet dat alles in het huidige rekenonderwijs moet veranderen. Getalbegrip, automatiseren, bewerkingen, verhoudingen, meten en meetkunde blijven belangrijke onderdelen.
Wel is het zinvol om te kijken naar de balans tussen kennen, kunnen, begrijpen en toepassen.
Een aantal vragen kan daarbij helpen:
Kijk verder dan de rekenmethode.
Een methode kan een belangrijk deel van het reken-wiskundeonderwijs verzorgen, maar de school blijft verantwoordelijk voor het totale aanbod.
Het is daarom verstandig om niet alleen te controleren of een methode zegt dat zij aansluit op de nieuwe kerndoelen. Kijk zelf welke doelen terugkomen, hoe ze worden opgebouwd en waar eventueel aanvulling nodig is.
Omdat de nieuwe kerndoelen rekenen en wiskunde sinds augustus 2026 gelden, is het verstandig om het huidige reken-wiskundeonderwijs nu naast de nieuwe doelen te leggen.
1. Breng het huidige aanbod in kaart
Begin met wat er al is. Welke onderdelen van de nieuwe kerndoelen zijn duidelijk herkenbaar in de methode, leerlijnen en andere activiteiten?
2. Kijk naar de doorgaande lijn
De kerndoelen schrijven niet voor wat precies in iedere groep moet worden aangeboden. Bekijk daarom hoe kennis en vaardigheden zich van de onderbouw naar de bovenbouw ontwikkelen.
3. Kijk naar begrip én vaardigheid
Onderzoek of leerlingen voldoende gelegenheid krijgen om niet alleen te oefenen, maar ook te redeneren, verbanden te leggen en hun aanpak uit te leggen.
4. Zoek naar toepassingssituaties
Bekijk waar leerlingen hun reken-wiskundige kennis daadwerkelijk gebruiken. Dat kan binnen de rekenles, maar ook bij andere leergebieden en in herkenbare situaties uit de wereld om hen heen.
5. Bepaal wat ontwikkeling vraagt
Misschien zijn andere materialen nodig. Maar een verandering kan ook vragen om meer kennis binnen het team over bijvoorbeeld reken-wiskundig redeneren, probleemoplossen of het ontwikkelen van goed getalbegrip.
Bekijk ook de nieuwe kerndoelen voor het primair onderwijs voor de bredere gevolgen voor basisscholen.
Wanneer zijn de nieuwe kerndoelen rekenen en wiskunde ingegaan?
De nieuwe kerndoelen rekenen en wiskunde zijn sinds 1 augustus 2026 in werking. Tijdens de overgangsperiode kunnen scholen stapsgewijs overstappen op de nieuwe kerndoelen.
Zijn de nieuwe kerndoelen per groep beschreven?
Nee. De kerndoelen schrijven niet voor wat leerlingen precies in bijvoorbeeld groep 4, groep 6 of groep 8 moeten krijgen. De school vertaalt de kerndoelen zelf naar een doorgaande leerlijn.
Moeten leerlingen nog steeds basisvaardigheden automatiseren?
Rekenvaardigheid blijft belangrijk. De nieuwe kerndoelen plaatsen die vaardigheden tegelijkertijd in een breder geheel waarin ook begrip, redeneren, probleemoplossen en toepassen een belangrijke rol spelen.
Gaat het bij de nieuwe kerndoelen minder om het juiste antwoord?
Een correcte uitkomst blijft belangrijk, maar leerlingen moeten ook leren begrijpen wat zij doen, een aanpak kiezen, redeneringen uitleggen en beoordelen of een antwoord logisch is.
Moet onze school een nieuwe rekenmethode aanschaffen?
Niet automatisch. Leg eerst de nieuwe kerndoelen naast het huidige onderwijsaanbod. Daarna kun je bepalen of de bestaande methode voldoende aansluit of dat op bepaalde onderdelen aanvulling of aanpassing nodig is.
Wat is de relatie met de referentieniveaus rekenen?
Kerndoelen en referentieniveaus hebben een verschillende functie. Kerndoelen beschrijven de inhoud en richting van het onderwijsaanbod. Referentieniveaus beschrijven welk niveau leerlingen voor taal en rekenen op bepaalde momenten in hun schoolloopbaan moeten beheersen.
Wanneer moet onze school volledig zijn overgestapt?
Er geldt een overgangsperiode voor de invoering van de nieuwe kerndoelen. Bekijk de planning voor de invoering van de nieuwe kerndoelen voor uitleg over de verschillende momenten.
Rekenen en wiskunde is één onderdeel van de bredere vernieuwing van het curriculum. Bekijk ook:
Wil je de precieze formuleringen en uitwerkingen bekijken? Raadpleeg dan de officiële kerndoelen rekenen en wiskunde bij SLO.