De nieuwe kerndoelen vervangen stap voor stap de kerndoelen uit 2006. Maar wat verandert er nu eigenlijk? Krijgen leerlingen vooral andere onderwerpen, of verandert ook de manier waarop de landelijke doelen zijn opgebouwd?

Het grootste verschil is dat de nieuwe kerndoelen veel concreter zijn. Ze maken duidelijker wat leerlingen moeten leren, welke ervaringen belangrijk zijn en wat een school in het onderwijsaanbod moet organiseren.

Tegelijkertijd blijft er ruimte voor scholen en leraren om zelf keuzes te maken. De kerndoelen bepalen wat er in het onderwijs aan bod moet komen, maar niet precies hoe je dat moet onderwijzen.

Een oud en een nieuw kerndoel kun je daarom ook niet simpelweg één op één naast elkaar leggen. De indeling, formulering en inhoud zijn veranderd. Op deze pagina zetten we de belangrijkste verschillen op een rij.

De officiële kerndoelen vind je bij SLO. Op deze pagina leggen we uit wat ze betekenen voor de onderwijspraktijk.

Oud en nieuw

De kerndoelen uit 2006 zijn vrij algemeen geformuleerd. Dat gaf scholen veel vrijheid, maar maakte het soms ook lastig om precies te bepalen welke kennis en vaardigheden leerlingen aangeboden moesten krijgen.

De nieuwe kerndoelen geven daarin meer houvast. Ze zijn concreter en inhoudelijk uitgebreider uitgewerkt, terwijl scholen nog steeds zelf bepalen hoe zij die doelen vertalen naar lessen, leerlijnen en methodes.

Kerndoelen 2006 Nieuwe kerndoelen
Globaal geformuleerd Concreter en specifieker
Brede beschrijving van het onderwijsaanbod Duidelijker wat school en leerling moeten doen, leren of ervaren
Relatief korte formuleringen Kernzin, doelzin en verdere uitwerking
Indeling volgens het curriculum van 2006 Negen herkenbare leergebieden
Digitale geletterdheid niet als zelfstandig leergebied Digitale geletterdheid krijgt een eigen plaats
Burgerschap verspreid over verschillende doelen Burgerschap krijgt eigen kerndoelen
Minder zicht op samenhang tussen leergebieden Meer aandacht voor samenhang en doorgaande lijnen

Meer houvast

De oude kerndoelen vertelden op hoofdlijnen wat in het onderwijs aan bod moest komen. De nieuwe kerndoelen gaan een stap verder: ze beschrijven duidelijker welke inhoud belangrijk is en wat leerlingen daarmee moeten doen.

Dat betekent niet dat er straks precies staat welke les je op dinsdagmorgen in groep 6 of klas 2 moet geven.

De kerndoelen zijn geen lesprogramma.
Een school moet de landelijke doelen nog steeds zelf vertalen naar het eigen curriculum. Daarna volgen keuzes over leerlijnen, lessen, opdrachten, materialen en methodes.

De verandering zit dus vooral hierin: de landelijke basis wordt duidelijker, maar de professionele ruimte blijft.

Een school kan bijvoorbeeld zelf bepalen met welke teksten, projecten of didactische aanpak aan een kerndoel wordt gewerkt. Wel wordt beter zichtbaar welke inhoud uiteindelijk ergens in het curriculum terug moet komen.

Een andere opbouw

Niet alleen de inhoud verandert. Ook de manier waarop een kerndoel is geschreven, ziet er anders uit.

De nieuwe kerndoelen hebben een vaste opbouw:

Kernzin
Een korte zin die meteen duidelijk maakt waar het kerndoel over gaat.

Doelzin
Daarin staat wie iets doet of leert, welke activiteit daarbij hoort en op welke inhoud het doel betrekking heeft.

Uitwerking
Vervolgens wordt concreter beschreven welke onderdelen bij het kerndoel horen.

Daardoor hoef je als school minder zelf te raden wat er achter een breed geformuleerd doel wordt bedoeld. De nieuwe formulering geeft meer inhoudelijke richting.

Dat verklaart ook waarom het weinig zin heeft om bijvoorbeeld oud kerndoel 12 rechtstreeks naast nieuw kerndoel 12 te leggen. De hele structuur is opnieuw opgebouwd.

Niet elk doel is hetzelfde

Een andere verandering is dat duidelijker wordt voor wie een kerndoel eigenlijk bedoeld is. Soms ligt de opdracht bij de school, soms bij de leerling.

Aanbodsdoelen
Hier ligt de verantwoordelijkheid bij de school. Het doel beschrijft welke inhoud of ervaring een school leerlingen moet aanbieden.

Beheersingsdoelen
Deze doelen beschrijven kennis of vaardigheden die een leerling moet ontwikkelen en leren gebruiken.

Ervaringsdoelen
Bij sommige onderdelen gaat het niet om iets wat je eenvoudig kunt afvinken of toetsen. Het is belangrijk dat leerlingen bepaalde ervaringen opdoen, kennismaken met verschillende perspectieven of hun blik verbreden.

Soms lopen deze vormen in elkaar over. Een leerling moet dan bijvoorbeeld iets leren beheersen én er ervaring mee opdoen.

Dat maakt de nieuwe kerndoelen breder dan alleen een lijst met kennis en vaardigheden. Ze maken ook zichtbaar dat goed onderwijs gaat over wat je aanbiedt, wat leerlingen leren én welke ervaringen zij tijdens hun schooltijd opdoen.

Nieuwe leergebieden

De vernieuwde kerndoelen zijn verdeeld over negen leergebieden:

Vooral burgerschap en digitale geletterdheid vallen daarbij op. Beide onderwerpen kwamen eerder al terug in het onderwijs, maar krijgen nu veel duidelijker een eigen plaats.

Digitale geletterdheid
De digitale wereld is sinds 2006 enorm veranderd. Leerlingen groeien op met sociale media, algoritmes, grote hoeveelheden digitale informatie en inmiddels ook AI. De nieuwe kerndoelen maken duidelijker welke kennis en vaardigheden zij nodig hebben om daar bewust en verantwoord mee om te gaan.

Lees meer over de nieuwe kerndoelen digitale geletterdheid.

Burgerschap
Ook burgerschap krijgt een herkenbaardere plaats. Leerlingen leren over de democratische rechtsstaat, samenleven met verschillen en de manieren waarop zij zelf betrokken kunnen zijn bij hun omgeving en samenleving.

Lees meer over de nieuwe kerndoelen burgerschap.

Meer samenhang

De nieuwe kerndoelen zijn verdeeld over leergebieden, maar dat betekent niet dat ieder leergebied op zichzelf staat.

Juist de verbindingen worden duidelijker zichtbaar.

Taal is bijvoorbeeld nodig om een tekst bij mens en maatschappij te begrijpen. Data en grafieken komen terug bij rekenen en wiskunde, maar ook bij mens en natuur. En digitale vaardigheden spelen inmiddels in vrijwel ieder vak een rol.

Dat betekent niet dat scholen voortaan alles in grote vakoverstijgende projecten moeten aanbieden.

Wel is het verstandig om te bekijken waar leergebieden elkaar logisch versterken en waar juist een duidelijke eigen leerlijn nodig is.

Ook tussen sectoren is meer naar samenhang gekeken. De kerndoelen voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn in samenhang ontwikkeld, zodat beter zichtbaar wordt waarop het VO kan voortbouwen.

Wat betekent dit?

Misschien wel het belangrijkste: de komst van nieuwe kerndoelen betekent niet dat alles wat je nu doet ineens verkeerd is.

Veel onderdelen van het huidige onderwijs zullen gewoon blijven passen. De eerste vraag hoeft daarom niet te zijn: wat moeten we allemaal opnieuw doen?

Begin liever met:

  • wat doen we nu al?
  • welke nieuwe kerndoelen herkennen we daarin?
  • waar zitten nog hiaten?
  • waar bouwen we inhoud logisch op door de leerjaren heen?
  • waar doen we misschien dubbel werk?
  • welke nieuwe accenten vragen echt om ontwikkeling?

Kijk daarbij verder dan de methode.
Een methode kan veel van het curriculum ondersteunen, maar een methode ís niet het curriculum. Uiteindelijk blijft de school verantwoordelijk voor het totale onderwijsaanbod.

Dat maakt deze curriculumvernieuwing juist een goed moment om niet alleen te vragen of een methode al is bijgewerkt, maar om eens breder naar het eigen onderwijs te kijken.

Voor basisscholen hebben we dit verder uitgewerkt op de pagina nieuwe kerndoelen primair onderwijs. Voor VO-scholen vind je dezelfde praktische vertaling op nieuwe kerndoelen voortgezet onderwijs.

Voor het SO en VSO zijn er daarnaast aparte aandachtspunten, onder andere rond functionele kerndoelen en uitstroomprofielen. Bekijk daarvoor de nieuwe kerndoelen speciaal onderwijs.

Niet alles tegelijk

De invoering gebeurt stap voor stap. Nederlands en rekenen en wiskunde zijn sinds augustus 2026 al in werking. De andere leergebieden volgen later.

Scholen krijgen bovendien een overgangsperiode. Je hoeft dus niet het volledige curriculum in één schooljaar opnieuw op te bouwen.

Dat geeft ruimte om per leergebied te onderzoeken wat al goed aansluit, waar aanpassingen nodig zijn en welke ontwikkeling prioriteit heeft.

Bekijk de pagina over de invoering van de nieuwe kerndoelen voor de actuele planning en uitleg over het overgangsrecht.

Veelgestelde vragen

Zijn de nieuwe kerndoelen moeilijker dan de oude?
Dat is niet helemaal de juiste vergelijking. De nieuwe kerndoelen zijn vooral concreter over de kennis, vaardigheden en ervaringen die onderdeel van het onderwijs moeten zijn. Per leergebied verschilt wat inhoudelijk is veranderd.

Zijn de nieuwe kerndoelen gedetailleerder?
Ja. Ze geven meer inhoudelijke richting dan de doelen uit 2006. Maar ze schrijven nog steeds niet voor welke methode, les of didactische aanpak een school moet gebruiken.

Kan ik ieder oud kerndoel naast een nieuw kerndoel leggen?
Niet één op één. De indeling en formulering zijn opnieuw opgebouwd en inhoud is op verschillende plekken anders geordend.

Hebben scholen nog vrijheid?
Ja. De landelijke doelen beschrijven duidelijker wat leerlingen aangeboden moeten krijgen en leren. Scholen en leraren bepalen nog steeds hoe zij dat onderwijs vormgeven.

Moeten bestaande leerlijnen en methodes worden vervangen?
Niet automatisch. Begin met een vergelijking tussen de nieuwe kerndoelen en het huidige curriculum. Daarna kun je bepalen welke leerlijnen, materialen of methodes nog goed passen en waar aanpassing nodig is.

Wanneer vervangen de nieuwe kerndoelen de oude?
Dat gebeurt gefaseerd. Nederlands en rekenen en wiskunde zijn sinds augustus 2026 in werking. Andere leergebieden volgen later. Tijdens de overgangsperiode kunnen scholen stapsgewijs overstappen.

Verder lezen

Voor de officiële kerndoelen en toelichtingen kun je terecht bij SLO.