Digitale technologie speelt een steeds grotere rol in het dagelijks leven, op school, in werk en in de samenleving. Leerlingen zoeken informatie online, gebruiken digitale hulpmiddelen, werken met data en krijgen steeds vaker te maken met artificiële intelligentie (AI).
Digitale geletterdheid gaat daarom veel verder dan leren werken met een computer, tablet of softwareprogramma. Leerlingen moeten digitale technologie kunnen gebruiken, maar ook begrijpen hoe digitale systemen functioneren, informatie kritisch beoordelen, zelf digitale producten maken en nadenken over de invloed van technologie op henzelf, anderen en de samenleving.
Voor zowel het primair onderwijs als de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn nieuwe kerndoelen digitale geletterdheid ontwikkeld. De inhoudelijke lijn is in beide sectoren herkenbaar hetzelfde, maar in het VO worden kennis, vaardigheden en reflectie verder verdiept en worden de contexten complexer.
De kerndoelen zijn definitief ontwikkeld, maar nog niet wettelijk van kracht. Naar verwachting treden ze op 1 augustus 2027 in werking. Scholen kunnen er nu al mee aan de slag.
De officiële kerndoelen vind je bij SLO. Op deze pagina leggen we uit wat ze betekenen voor de onderwijspraktijk.
Digitale geletterdheid bestaat in PO en onderbouw VO uit dezelfde drie inhoudelijke domeinen. De nummering van de kerndoelen verschilt.
Praktische kennis en vaardigheden
Leerlingen leren digitale technologie en digitale media gebruiken en begrijpen. Daarbij gaat het onder andere om digitale systemen, informatie, data en AI.
Ontwerpen en maken
Leerlingen leren digitale technologie niet alleen gebruiken als consument, maar ook inzetten om zelf producten te ontwerpen en maken. Programmeren maakt hier onderdeel van uit.
De gedigitaliseerde wereld
Leerlingen leren veilig, bewust en verantwoord deelnemen aan een wereld waarin digitale technologie en digitale media voortdurend aanwezig zijn.
De drie domeinen zijn nadrukkelijk met elkaar verbonden. Een leerling die bijvoorbeeld AI gebruikt, heeft praktische kennis nodig, maar moet ook kunnen nadenken over data, betrouwbaarheid, privacy, invloed en verantwoord gebruik.
De nieuwe kerndoelen zijn bewust als doorgaande lijn ontwikkeld.
In het primair onderwijs maken leerlingen op verschillende manieren kennis met digitale technologie en digitale media. Ze bouwen basiskennis en vaardigheden op, leren technologie creatief gebruiken en denken na over de invloed ervan op hun eigen leven en omgeving.
In de onderbouw van het VO wordt die basis onderhouden, verbreed en verdiept. Het abstractieniveau ligt hoger en de contexten worden complexer. Leerlingen leren bijvoorbeeld doelgerichter informatie zoeken, digitale bronnen kritischer beoordelen en vanuit verschillende perspectieven reflecteren op digitale technologie.
De ontwikkeling zit dus niet alleen in meer kunnen, maar ook in meer begrijpen en kritischer kunnen afwegen.
In het VO krijgt digitale geletterdheid bovendien een sterkere verbinding met profielkeuze, loopbaanoriëntatie en vervolgonderwijs.
In het vmbo kan digitale technologie bijvoorbeeld aansluiten op beroepsgerichte profielen. In havo en vwo wordt onder andere voortgebouwd richting vakken waarin digitale technologie een grotere rol speelt, waaronder informatica.
Digitale geletterdheid wordt nog vaak gelijkgesteld aan ICT-vaardigheid. Dat is te beperkt.
Kunnen inloggen, bestanden beheren, een document maken of samenwerken in een digitale omgeving zijn nuttige vaardigheden. Maar digitale geletterdheid vraagt ook dat leerlingen begrijpen wat er achter digitale technologie gebeurt en bewuste keuzes kunnen maken.
Gebruiken én begrijpen
In het PO leren leerlingen bijvoorbeeld herkennen dat apparaten, software en netwerken samen digitale systemen vormen.
In het VO wordt dat verdiept. Leerlingen leren bijvoorbeeld beschrijven wat nodig is om digitale systemen te laten samenwerken, hoe internet functioneert en welke rol digitale systemen spelen bij bedrijven, media en overheden.
Zoeken én beoordelen
Informatie vinden is steeds minder het probleem. De uitdaging zit vaker in de vraag welke informatie betrouwbaar, relevant en bruikbaar is.
In het PO leren leerlingen bronnen verkennen en kritisch kijken naar digitale informatie. In het VO wordt verwacht dat zij zoekstrategieën bewuster combineren, informatie op betrouwbaarheid en bruikbaarheid beoordelen en reflecteren op de invloed van hun eigen voorkennis en voorkeuren.
Hier ligt een duidelijke verbinding met de nieuwe kerndoelen Nederlands, waarin het verzamelen, vergelijken en beoordelen van informatie en bronnen eveneens een belangrijke plaats heeft.
Een opvallend onderdeel van de nieuwe kerndoelen is de expliciete aandacht voor data en artificiële intelligentie (AI).
AI is daarmee niet een losse actuele toevoeging aan het curriculum, maar onderdeel van de landelijke kerndoelen digitale geletterdheid.
In het PO
Leerlingen maken kennis met data en de manier waarop digitale systemen en AI data gebruiken. Ze herkennen AI-toepassingen, leren dat de kwaliteit van data invloed heeft op uitkomsten en oefenen met verantwoord omgaan met AI.
Dat hoeft niet te betekenen dat jonge leerlingen ingewikkelde modellen moeten doorgronden. Het gaat om een passende basis: herkennen waar AI wordt gebruikt, begrijpen dat systemen met data werken en leren dat een AI-uitkomst niet automatisch juist of neutraal is.
In het VO
De verdieping wordt groter. Leerlingen onderzoeken bijvoorbeeld hoe datasets altijd een beperkte weergave van de werkelijkheid zijn, voeren onderzoek uit met data en reflecteren op de manier waarop bedrijven, overheden en andere organisaties data gebruiken.
Ook AI wordt inhoudelijk verder uitgediept. Leerlingen leren verschillen herkennen tussen regelgebaseerde systemen en systemen die statistische patronen gebruiken, denken na over de kwaliteit van trainingsdata en leren kritisch en doelgericht met AI-systemen omgaan.
Voor havo en vwo zijn aanvullende inhouden opgenomen, bijvoorbeeld rond machine learning, manieren waarop AI-systemen worden getraind en het gebruik van open data.
Daarmee ontstaat ook een duidelijke verbinding met rekenen en wiskunde, waar leerlingen leren werken met gegevens, patronen, representaties en statistische informatie.
Digitale geletterdheid gaat niet alleen over consumeren en beoordelen. Leerlingen leren digitale technologie ook gebruiken om zelf iets te creëren.
Dat kan bijvoorbeeld een presentatie, animatie, website, digitaal verhaal, gegevensvisualisatie of ander digitaal product zijn.
In het PO
Leerlingen leren digitale middelen doelgericht inzetten om ideeën en informatie vorm te geven. Ook programmeren maakt onderdeel uit van de kerndoelen.
Daarbij gaat programmeren breder dan het leren van een programmeertaal. Leerlingen leren bijvoorbeeld een probleem opdelen, instructies formuleren, testen of een oplossing werkt en fouten verbeteren.
In het VO
De ontwerpopgaven worden complexer. Leerlingen leren gerichter ontwerpen voor een bepaald doel en een bepaalde doelgroep, gebruiken computationele denkstrategieën en werken iteratief: ontwerpen, testen, aanpassen en opnieuw beoordelen.
Ook auteursrecht, licenties en bronvermelding worden belangrijker wanneer leerlingen zelf digitale producten maken en publiceren.
Voor havo en vwo zijn op onderdelen extra verdiepingen opgenomen die aansluiten bij verdere ontwikkeling richting informatica.
Digitale vaardigheid is pas bruikbaar wanneer leerlingen technologie ook veilig en verantwoord leren gebruiken.
Daarom gaat één van de drie kerndoelen expliciet over deelname aan de gedigitaliseerde wereld.
Privacy en veiligheid
In het PO leren leerlingen bijvoorbeeld zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens, accounts, wachtwoorden en digitale communicatie.
In het VO komen complexere veiligheidsvragen aan bod. Leerlingen leren risico's herkennen, nadenken over beveiliging en bijvoorbeeld omgaan met ongepaste content, online gedrag en digitale bedreigingen.
Voor havo en vwo kan de verdieping verder gaan richting onderwerpen als malware en andere technische veiligheidsrisico's.
Digitale technologie, jezelf en de ander
Leerlingen leren nadenken over hoe digitale technologie hun gedrag, aandacht, zelfbeeld en omgang met anderen beïnvloedt.
In het VO wordt die reflectie verdiept. Leerlingen leren bijvoorbeeld onderzoeken hoe digitale media hun eigen denken en handelen beïnvloeden en situaties vanuit meerdere perspectieven bekijken.
Digitale technologie en samenleving
Digitale systemen zijn niet neutraal. Mensen maken keuzes over hoe technologie wordt ontworpen en ingezet, en die keuzes hebben gevolgen.
Daarom leren leerlingen ook nadenken over onderwerpen als beïnvloeding, kansen en ongelijkheid, toegankelijkheid, duurzaamheid, economische belangen en de rol van technologiebedrijven en overheden.
Digitale geletterdheid heeft misschien wel meer verbindingen met andere leergebieden dan vrijwel ieder ander onderdeel van het curriculum.
Digitale technologie is namelijk soms het onderwerp waarover leerlingen leren en soms het middel waarmee ze binnen een ander leergebied werken.
Met Nederlands
Leerlingen zoeken, structureren en beoordelen digitale informatie en bronnen. Dat sluit direct aan op de nieuwe kerndoelen Nederlands.
Met rekenen en wiskunde
Data verzamelen, analyseren, representeren en interpreteren verbindt digitale geletterdheid met rekenen en wiskunde.
Met burgerschap
Sociale media, algoritmes, desinformatie, privacy, online gedrag en digitale beïnvloeding hebben maatschappelijke en democratische gevolgen.
Binnen burgerschap leren leerlingen zich tot zulke ontwikkelingen te verhouden en bewust deel te nemen aan de samenleving.
Met mens en maatschappij
Digitale technologie verandert de manier waarop mensen communiceren, werken, informatie ontvangen, consumeren en invloed uitoefenen.
Dat maakt digitale geletterdheid sterk verbonden met mens en maatschappij, waar leerlingen maatschappelijke ontwikkelingen en vraagstukken vanuit verschillende perspectieven onderzoeken.
Met mens en natuur
Digitale technologie speelt een grote rol bij meten, onderzoek, gegevensverwerking, modellen, simulaties en technische systemen.
Daarmee is er een duidelijke verbinding met mens en natuur. Omgekeerd biedt mens en natuur veel concrete contexten waarin leerlingen digitale technologie functioneel kunnen gebruiken.
Met kunst en cultuur
Digitale middelen worden ook gebruikt om te creëren, ontwerpen en uitdrukking te geven aan ideeën en ervaringen. Dat maakt creatieve vakken een natuurlijke context voor het domein ontwerpen en maken.
De kerndoelen schrijven niet voor dat digitale geletterdheid een apart vak moet worden. Scholen bepalen zelf hoe zij het onderwijs organiseren.
Een deel van de inhoud kan goed worden verbonden met andere leergebieden. Bronnen beoordelen kan bijvoorbeeld bij Nederlands, data-analyse bij rekenen, maatschappelijke impact bij mens en maatschappij en digitale meetinstrumenten bij mens en natuur.
Maar volledige integratie heeft ook een risico: als digitale geletterdheid overal zit, kan het uiteindelijk nergens structureel worden opgebouwd.
Daarom is het belangrijk dat scholen zicht houden op:
In het VO is dat extra belangrijk, omdat digitale geletterdheid over veel vaksecties heen kan lopen. Een docent Nederlands, wiskunde, mens en maatschappij of natuurwetenschappen kan allemaal een bijdrage leveren, maar iemand moet blijven bewaken of het totaal compleet is.
Voor veel scholen is digitale geletterdheid niet volledig nieuw. Leerlingen zoeken informatie, maken presentaties, gebruiken educatieve software en krijgen bijvoorbeeld lessen over mediawijsheid.
De nieuwe kerndoelen stellen vooral een andere vraag: vormen al die activiteiten samen een doelgericht en doorgaand curriculum?
Voor het primair onderwijs zijn bijvoorbeeld deze vragen relevant:
Voor het voortgezet onderwijs verschuift de focus:
Voor beide sectoren geldt één belangrijk uitgangspunt: begin niet bij de tool.
Een leerling die veel apps en programma's kan bedienen, is niet automatisch digitaal geletterd. Begin bij de kennis, vaardigheden en manieren van denken die leerlingen moeten ontwikkelen en kies daarna pas de technologie en activiteiten die daarbij passen.
1. Breng in kaart wat er al gebeurt
Kijk door de hele school heen. Waar leren leerlingen nu al over digitale technologie, media, informatie, data, AI, programmeren en veiligheid?
2. Leg het naast de drie kerndoelen
Bekijk praktische kennis en vaardigheden, ontwerpen en maken en de gedigitaliseerde wereld afzonderlijk én in samenhang.
3. Zoek de witte vlekken
Een school kan bijvoorbeeld veel doen aan mediawijsheid, maar nauwelijks aan data, AI of programmeren. Een inventarisatie maakt zulke verschillen zichtbaar.
4. Bouw een doorgaande lijn
Bepaal hoe kennis en vaardigheden van PO naar VO en binnen de eigen schoolfase steeds verder worden uitgebreid.
5. Maak verantwoordelijkheden duidelijk
Wanneer digitale geletterdheid over verschillende vakken en groepen wordt verspreid, moet duidelijk zijn wie waarvoor verantwoordelijk is en wie het totaal bewaakt.
6. Verbind waar het inhoudelijk helpt
Gebruik andere leergebieden als betekenisvolle context, maar voorkom dat de eigen inhoud van digitale geletterdheid daardoor onzichtbaar wordt.
7. Kijk naar de deskundigheid van het team
Leraren hoeven geen programmeur, datawetenschapper of AI-specialist te zijn. Ze moeten wel voldoende kennis hebben om de doelen te begrijpen, leerlingen te begeleiden en kritisch over digitale technologie te kunnen praten.
Meer over de sectorspecifieke gevolgen lees je bij de nieuwe kerndoelen primair onderwijs en de nieuwe kerndoelen voortgezet onderwijs.
Gelden de kerndoelen digitale geletterdheid voor PO én VO?
Ja. Er zijn kerndoelen ontwikkeld voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. De inhoudelijke domeinen zijn hetzelfde, maar in het VO worden kennis, vaardigheden en reflectie verder verdiept.
Hoeveel kerndoelen digitale geletterdheid zijn er?
Er zijn in beide sectoren drie kerndoelen. In het PO zijn dit kerndoelen 22, 23 en 24; in de onderbouw van het VO zijn dit kerndoelen 21, 22 en 23.
Wanneer gaan de kerndoelen digitale geletterdheid gelden?
De kerndoelen zijn definitief ontwikkeld, maar nog niet wettelijk van kracht. Naar verwachting treden ze op 1 augustus 2027 in werking. Scholen kunnen er nu al mee werken.
Is digitale geletterdheid hetzelfde als mediawijsheid?
Nee. Mediawijsheid is een belangrijk onderdeel, maar digitale geletterdheid is breder. Het omvat onder andere digitale systemen, informatievaardigheden, data, AI, programmeren, privacy, veiligheid en de maatschappelijke impact van technologie.
Hoe zit het met de bekende vier onderdelen?
In eerdere uitwerkingen werd vaak gewerkt met praktische ICT-vaardigheden, digitale informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking. De nieuwe kerndoelen gebruiken een andere indeling in drie domeinen. Veel inhoud uit de eerdere vierdeling is daarin nog steeds herkenbaar, maar de structuur is anders.
Is AI echt onderdeel van de kerndoelen?
Ja. AI wordt expliciet genoemd. Leerlingen leren over de relatie tussen data en AI, de mogelijkheden en beperkingen van AI-systemen en het doelgericht, kritisch en verantwoord gebruiken ervan.
Moeten leerlingen leren programmeren?
Ja, programmeren is onderdeel van het domein ontwerpen en maken. Het doel is breder dan alleen code schrijven: leerlingen leren ook problemen ontleden, instructies formuleren, testen, verbeteren en computationeel denken.
Wordt digitale geletterdheid een apart vak?
Dat is niet voorgeschreven. Scholen kunnen de doelen apart aanbieden, integreren in andere vakken of beide combineren. Wel moet de volledige inhoud herkenbaar en samenhangend worden opgebouwd.
Zijn er verschillen tussen vmbo, havo en vwo?
De onderbouw kent een gezamenlijke basis. Voor havo en vwo zijn op verschillende onderdelen aanvullende inhouden opgenomen. In het VO wordt digitale geletterdheid bovendien sterker verbonden aan profielkeuze, loopbaanoriëntatie en vervolgonderwijs.
Voor de officiële formuleringen en volledige uitwerkingen kun je de kerndoelen bij SLO raadplegen.