De nieuwe kerndoelen rekenen en wiskunde zijn sinds 1 augustus 2026 van kracht. Voor het primair onderwijs gaat het om negen kerndoelen. Ze maken duidelijk welke reken-wiskundige kennis en vaardigheden leerlingen tijdens hun basisschooltijd moeten ontwikkelen én hoe zij die kennis leren gebruiken.
Veel is vertrouwd: getallen, breuken, verhoudingen, meten, meetkunde en data blijven belangrijk. Tegelijk wordt duidelijker dat goed reken-wiskundeonderwijs ook gaat over redeneren, problemen oplossen, verbanden herkennen en wiskunde toepassen in verschillende situaties.
De negen kerndoelen voor het primair onderwijs vormen bovendien de basis waarop in de onderbouw van het voortgezet onderwijs wordt voortgebouwd. Daarom kijken we op deze pagina niet alleen naar de PO-doelen zelf, maar ook naar de aansluiting met het VO.
De officiële kerndoelen vind je bij SLO. Op deze pagina leggen we uit wat ze betekenen voor de onderwijspraktijk.
De negen kerndoelen voor rekenen en wiskunde in het primair onderwijs zijn verdeeld over drie domeinen:
Die drie domeinen horen bij elkaar. Een leerling heeft kennis nodig om een probleem op te lossen, maar moet die kennis ook kunnen herkennen en gebruiken wanneer een situatie daarom vraagt.
Wiskundige concepten
Kerndoel 10 – Getallen en verhoudingen
De leerling redeneert en rekent met getallen en verhoudingen.
Kerndoel 11 – Grootheden en eenheden
De leerling toont inzicht bij het handelen met grootheden en eenheden.
Kerndoel 12 – Data
De leerling interpreteert data.
Kerndoel 13 – Patronen en verbanden
De leerling toont inzicht in patronen en verbanden.
Kerndoel 14 – Meetkunde
De leerling toont inzicht bij meetkundig handelen.
Wiskundige denk-werkwijzen
Kerndoel 15 – Wiskundige denk-werkwijzen
De leerling gebruikt wiskundige denk-werkwijzen.
Kerndoel 16 – Wiskundetaal en gereedschap
De leerling gebruikt wiskundetaal en wiskundig gereedschap.
Wiskunde en de wereld
Kerndoel 17 – Wiskundige attitude
De leerling ontwikkelt een wiskundige attitude.
Kerndoel 18 – Wiskunde toepassen
De leerling past wiskunde toe in bekende en nieuwe situaties.
Dit overzicht laat meteen zien dat de nieuwe kerndoelen breder zijn dan een opsomming van rekenonderwerpen. Naast de inhoud – zoals getallen, verhoudingen, meten en meetkunde – krijgen ook de manier van denken en het toepassen van wiskunde een duidelijke plaats.
De nieuwe kerndoelen voor rekenen en wiskunde zijn niet los van elkaar ontwikkeld. De doelen voor het primair onderwijs vormen de basis waarop in de onderbouw van het voortgezet onderwijs wordt voortgebouwd.
De hoofdstructuur blijft herkenbaar. Zowel in PO als VO werken de kerndoelen met dezelfde drie domeinen:
De inhoud wordt in het VO wel anders gegroepeerd en verder verdiept.
De overgang is dus niet simpelweg van rekenen naar wiskunde. Leerlingen bouwen in het PO al wiskundige kennis en manieren van denken op. In het VO worden die verder verdiept en formeler gemaakt.
Een leerling die in het PO bijvoorbeeld leert werken met patronen, tabellen en grafieken, bouwt daarmee een basis voor het latere werken met formules en verbanden. Wie leert redeneren met verhoudingen en grootheden, kan daarop in het VO verder bouwen bij vergelijkingen en algebra.
Ook de denk-werkwijzen groeien mee. In het PO leren leerlingen problemen oplossen, modellen gebruiken en algoritmes beschrijven. In het VO komt daar nadrukkelijker het onderbouwen en aantonen van wiskundige beweringen bij.
Voor havo en vwo zijn bovendien aanvullende inhouden opgenomen. Een duidelijk voorbeeld is algebra, waarbij leerlingen werken met variabelen, algebraïsche uitdrukkingen en verschillende soorten vergelijkingen.
Voor basisscholen is het daarom waardevol om niet alleen te kijken naar wat een leerling aan het einde van groep 8 moet kennen en kunnen, maar ook naar de basis waarop het VO verder bouwt.
Voor VO-scholen geldt het omgekeerde: leerlingen beginnen in klas 1 niet opnieuw. Ze hebben vanuit het PO al gewerkt aan getalbegrip, verhoudingen, data, patronen, meetkunde, probleemoplossen en modelleren.
Meer over de bredere veranderingen in de onderbouw lees je op de pagina over de nieuwe kerndoelen voor het voortgezet onderwijs.
Bij alle aandacht voor redeneren en toepassen is het belangrijk om één misverstand te voorkomen: basisvaardigheden worden niet minder belangrijk.
Leerlingen moeten nog steeds leren optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Ook getalbegrip, breuken, verhoudingen, meten en meetkunde blijven onderdeel van het curriculum.
Sterker nog: in de officiële uitwerking staat expliciet dat leerlingen belangrijke getalrelaties, splitsingen en de tafels van vermenigvuldiging memoriseren en deze kennis vlot en wendbaar leren toepassen.
Het verschil zit dus niet in een keuze tussen goed kunnen rekenen of begrijpen wat je doet. Leerlingen hebben beide nodig.
Een leerling moet bijvoorbeeld een berekening correct kunnen uitvoeren, maar ook kunnen bepalen welke berekening in een bepaalde situatie nodig is en kunnen beoordelen of de uitkomst logisch is.
Wat in de nieuwe kerndoelen duidelijker zichtbaar wordt, is het belang van wiskundig denken.
Daarbij gaat het bijvoorbeeld om vragen als:
Dat vraagt iets anders van leerlingen dan alleen een bekende procedure uitvoeren.
Problemen oplossen
Niet iedere opgave vertelt welke bewerking nodig is. Leerlingen moeten leren een probleem te onderzoeken, relevante informatie te herkennen en een passende aanpak te kiezen.
Modelleren
Een situatie uit de werkelijkheid moet soms eerst worden vertaald naar wiskunde. Dat kan bijvoorbeeld met een berekening, tabel, tekening, diagram of ander model. Daarna moet de uitkomst weer worden terugvertaald naar de oorspronkelijke situatie.
Algoritmes
Ook het gebruiken en beschrijven van algoritmes krijgt een plaats. Dat vormt bovendien een interessante verbinding met digitale geletterdheid.
Rekenen en wiskunde bestaan niet uit losse eilandjes. Juist de relaties tussen onderwerpen zijn belangrijk.
Een duidelijk voorbeeld zijn breuken, procenten, kommagetallen en verhoudingen. Een leerling die deze vooral als afzonderlijke onderwerpen leert, moet veel losse regels onthouden. Wie de relaties ertussen begrijpt, kan kennis veel flexibeler gebruiken.
Ook patronen en verbanden hebben daarom een eigen plaats in de nieuwe kerndoelen. Leerlingen leren patronen herkennen, beschrijven en voortzetten en leren verbanden weergeven in bijvoorbeeld beschrijvingen, tabellen en grafieken.
Dat vormt tegelijkertijd een basis voor het latere wiskundeonderwijs in het voortgezet onderwijs.
Data zijn overal. Leerlingen komen grafieken, tabellen, diagrammen en infographics tegen op school, in het nieuws en online.
Daarom gaat het kerndoel over data verder dan alleen het kunnen aflezen van een grafiek.
Leerlingen leren data interpreteren en representeren en conclusies trekken uit grafische weergaven. Ze leren ook kritisch kijken naar conclusies die op basis van gegevens worden gepresenteerd.
Dat laatste is belangrijk. Een grafiek kan er overtuigend uitzien, terwijl de conclusie die erbij wordt getrokken niet of maar gedeeltelijk door de gegevens wordt ondersteund.
Daarmee raakt reken-wiskundeonderwijs ook aan andere leergebieden, bijvoorbeeld mens en maatschappij, mens en natuur en digitale geletterdheid.
De doorgaande lijn is ook hier duidelijk: in het VO wordt kans expliciet toegevoegd aan het domein data. Leerlingen gaan daar dus verder met het interpreteren van gegevens én met het beschrijven en beoordelen van kansen.
Een leerling kan een bepaalde som prima maken tijdens de rekenles en toch moeite hebben om dezelfde kennis in een andere situatie te herkennen.
Daarom is toepassen een belangrijk onderdeel van de nieuwe kerndoelen.
Leerlingen leren wiskunde gebruiken in bekende én nieuwe situaties. Dat kan binnen de rekenles, maar ook daarbuiten.
Denk bijvoorbeeld aan:
Rekenen en wiskunde worden zo niet alleen iets wat leerlingen tijdens de rekenles doen. Ze leren herkennen wanneer wiskunde hen helpt om een situatie te begrijpen of een probleem op te lossen.
De nieuwe kerndoelen betekenen niet dat het rekenonderwijs op school helemaal opnieuw moet worden opgebouwd.
Veel van wat basisscholen al doen, zal goed aansluiten. De interessante vraag is vooral waar de nieuwe doelen iets vragen wat nu nog onvoldoende zichtbaar is.
Leg daarom het huidige reken-wiskundeonderwijs eens naast de negen kerndoelen en stel bijvoorbeeld deze vragen:
Kijk daarbij verder dan de rekenmethode.
Een methode kan een belangrijk deel van het reken-wiskundeonderwijs verzorgen, maar de methode is niet het curriculum. De school blijft verantwoordelijk voor het totale onderwijsaanbod.
Controleer daarom niet alleen of een uitgever aangeeft dat een methode aansluit bij de nieuwe kerndoelen. Kijk zelf welke doelen goed terugkomen, hoe ze over de leerjaren worden opgebouwd en waar eventueel aanvulling nodig is.
Omdat de nieuwe kerndoelen rekenen en wiskunde sinds augustus 2026 in werking zijn, is dit een logisch moment om het huidige curriculum ernaast te leggen.
1. Begin met de negen kerndoelen
Gebruik het overzicht bovenaan deze pagina als startpunt. Welke doelen herken je duidelijk in het huidige onderwijs en bij welke doelen moet je beter zoeken?
2. Kijk daarna naar de officiële uitwerking
Een kerndoel bestaat uit meer dan de korte doelzin. Bekijk daarom bij SLO ook de verdere uitwerking. Juist daar wordt concreet welke kennis en vaardigheden onder een doel vallen.
3. Bekijk de doorgaande lijn
De kerndoelen schrijven niet voor wat precies in groep 3, 5 of 8 moet worden aangeboden. De school moet zelf zorgen voor een logische opbouw gedurende de basisschoolperiode én voor een stevige basis waarop het VO kan voortbouwen.
4. Kijk naar kennis, vaardigheid én toepassing
Controleer of leerlingen voldoende kennis opbouwen en oefenen, maar ook leren redeneren, problemen oplossen en hun kennis in andere situaties gebruiken.
5. Bepaal wat echt moet veranderen
Misschien is een aanvulling op de methode voldoende. Misschien moet een leerlijn worden aangepast. En soms vraagt een nieuw accent vooral om meer kennis of vaardigheden binnen het team.
Bekijk ook de pagina over de nieuwe kerndoelen in het primair onderwijs voor de bredere gevolgen voor basisscholen.
Hoeveel nieuwe kerndoelen rekenen en wiskunde zijn er in het primair onderwijs?
Er zijn negen kerndoelen, genummerd 10 tot en met 18. Ze zijn verdeeld over de domeinen wiskundige concepten, wiskundige denk-werkwijzen en wiskunde en de wereld.
Wanneer zijn de nieuwe kerndoelen rekenen en wiskunde ingegaan?
De nieuwe kerndoelen rekenen en wiskunde zijn sinds 1 augustus 2026 in werking.
Zijn de kerndoelen per groep beschreven?
Nee. Er staat niet welk onderdeel precies in groep 3, 4 of 7 moet worden aangeboden. De kerndoelen gelden voor de basisschoolperiode als geheel. Scholen vertalen ze zelf naar een doorgaande leerlijn.
Moeten leerlingen de tafels nog uit het hoofd leren?
Ja. In de officiële uitwerking staat expliciet dat leerlingen onder andere splitsingen en de tafels van vermenigvuldiging memoriseren en deze kennis vlot en wendbaar leren toepassen.
Gaat het minder om goed kunnen rekenen?
Nee. Rekenvaardigheid en basiskennis blijven belangrijk. De nieuwe kerndoelen maken daarnaast duidelijker dat leerlingen moeten begrijpen wat zij doen, kunnen redeneren, problemen oplossen en hun kennis leren toepassen.
Wat verandert er bij de overgang naar het VO?
Dezelfde drie domeinen blijven herkenbaar, maar de inhoud wordt verder verdiept. In het VO worden bijvoorbeeld getallen, grootheden en vergelijkingen samengebracht, komt kans naast data te staan en wordt aantonen toegevoegd aan de wiskundige denk-werkwijzen. Voor havo en vwo zijn daarnaast extra inhouden opgenomen, zoals algebra.
Gelden voor het VO dezelfde kerndoelen?
Nee. Voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs geldt een eigen set van acht kerndoelen rekenen en wiskunde, genummerd 10 tot en met 17. Die bouwt inhoudelijk voort op de negen kerndoelen uit het PO.
Moet onze school een nieuwe rekenmethode aanschaffen?
Niet automatisch. Leg eerst de negen kerndoelen en de officiële uitwerkingen naast het huidige onderwijs. Pas daarna kun je bepalen of de methode voldoende aansluit en waar eventueel aanvullingen nodig zijn.
Wat is de relatie met de referentieniveaus rekenen?
Kerndoelen en referentieniveaus hebben een verschillende functie. De kerndoelen geven richting aan de inhoud van het onderwijs. De referentieniveaus beschrijven niveaus van beheersing van taal en rekenen op verschillende momenten in de schoolloopbaan.
Wanneer moet onze school volledig zijn overgestapt?
Er geldt een overgangsperiode voor de invoering van de nieuwe kerndoelen. Bekijk de planning voor de invoering van de nieuwe kerndoelen voor de verschillende momenten en het overgangsrecht.
Voor de officiële formuleringen en volledige uitwerkingen kun je terecht op de pagina over de kerndoelen rekenen en wiskunde bij SLO.