Marion van de Coolwijk

64 deelnemers gaven Marion van de Coolwijk 4,2 sterren

Beelddenkers zijn creatieve, intuïtieve geesten met een groot probleemoplossend vermogen. Ze zijn in staat om het geheel te overzien en worden bijvoorbeeld architect of kunstenaar. Toch wordt beelddenken vaak als stoornis gezien. Want in een talige wereld worden beelddenkers niet altijd begrepen, met name als het taaldenken achterblijft. Eén op de vier leerlingen verlaat de basisschool met een achterstand in de verbale capaciteiten. Een besef dat kan helpen anders les te geven.

Beelddenken is de visuele leerstrategie van mensen. Het is een oorspronkelijke manier om informatie te verwerven en te verwerken met onze zintuigen. Wanneer we geboren worden zijn we allemaal 100% beelddenker. Talig, volgordelijk denken hebben we nog niet tot onze beschikking. Maar zodra een kind opgroeit en in aanraking komt met taal, leert het informatie ook talig verwerken. Bij de één ontwikkelt zich dat sterker en sneller dan bij de ander. Daarbij houdt ieder mens een voorkeur. Zo zijn leerkrachten die graag lesgeven in de onderbouw vaak visueler ingesteld en kiezen de taaldenkers liever voor de bovenbouw.

Balans
Peuters en kleuters zijn nog heel visueel, beelddenkers dus, maar zodra een kind op de basisschool komt, zal het mee moeten in een aanbod dat voornamelijk talig is. School heeft de taak om kinderen talige capaciteiten aan te leren, zoals: volgordes aanhouden, details en verschillen zien, procedures volgen en gedachten verwoorden.

Een kind dat daar moeite mee heeft, omdat het meer neigt naar beelddenken kan vastlopen in talige verwerking als plannen, structuur, klokkijken en op tijd komen. Principes die ook nodig zijn om mee te doen in de maatschappij. Talig denken is de sleutel tot leersucces. Rond het 12e levensjaar hoort het beelddenken in balans te zijn met het taaldenken. Je kunt beide leerstrategieën inzetten naar gelang de situatie. Daarmee ben je klaar voor het VO.

Leerlingen die die balans in 12 jaar niet hebben gevonden, zullen meer moeite hebben met het voortgezet onderwijs. Hun beelddenken maakt niet alleen dat ze moeite hebben met talige principes. Ze zijn ook gevoeliger voor prikkels en ervaren sneller chaos, doordat hun zintuigen meer open staan. We geven namen aan `stoornissen` die maken dat het leren niet goed lukt. Denk aan ADD, ADHD (concentratie), TOS (taalontwikkelingsstoornis) of dyslexie (lezen/spelling). Veel van die kinderen zijn beelddenker, juist omdat het talige denken niet goed lukt. Ook hoogbegaafde kinderen zijn beelddenkers, omdat dat een snelle, associatieve manier van denken is waar ze zich prettig bij voelen. Het talige denken dat school verlangt, vinden ze saai en onbegrijpelijk. Het probleem is dan ook dat we te graag willen dat ze talig zijn.

School is stom
Het menselijk brein kan ongeveer 32 beelden per seconde verwerken. Woorden passen hooguit per 2 in een seconde. Voor een beelddenker is dan ook niets zo vervelend als het stapje voor stapje uitwerken van een opgave als hij het antwoord allang weet. Maar een niet uitgewerkte opgave wordt op school over het algemeen fout gerekend. Of neem deze vraag uit een Cito-toets: “Welke hoort er niet bij?” In de opgave staan een fiets, een auto, een bus en een vliegtuig. Cito wil `vliegtuig` horen. Een beelddenker denkt divergerend en ziet wel vier oplossingen. Een fiets, want die heeft geen motor. Of een bus, want daar moet je een OV-kaart voor hebben. Helaas worden die antwoorden fout gerekend. Geen wonder dat veel beelddenkers school stom gaan vinden.

Het geheel is groter dan de som der delen
Met de juiste hulp en handvatten kunnen beelddenkers leersucces ervaren. Zo hebben we een methode ontwikkeld voor alle leerlingen in het PO, VO en MBO/HBO, waarmee zij leren gebruik te maken van hun oorspronkelijk visuele talenten, zintuigen en bewegen. Met specifiekeleer- en geheugentechnieken breng je lesstof snel naar je langetermijngeheugen en kun je het ook weer oproepen bij een toets.

Als leerkracht kun je met deze kennis veel betekenen voor de beelddenkers in je klas. Zo is het bijvoorbeeld zinvol om de lesstof vanuit het geheel aan te bieden. Beelddenkers hebben behoefte aan overzicht. Ze zien verbanden en hebben baat bij context. “Waarom leer ik dit, waarom heb ik dit nodig, wat is de volgende stap?” De tafels leren wordt veel interessanter met het besef dat je daarmee een truc in handen hebt om de rest van je leven sneller te rekenen dan wanneer je alles op moet blijven tellen. Letters leren wordt veel overzichtelijker als je weet wat er nog gaat komen. En sommen afmaken kan teleurstellend uitpakken als daarna blijkt dat juf er nog meer heeft. Dit klinkt misschien logisch, maar veel leerkrachten vergeten dit soort kaders te scheppen.

Beelddenken is geen stoornis, maar een manier van informatieverwerking die elk mens in meer of mindere mate bezit. Leerkrachten hebben de mogelijkheid hun lesstof gevarieerd aan te bieden. Talig, maar óók met oog voor de beelddenker. Daar zal een grote groep leerlingen ze dankbaar voor zijn.




Dit aanbod sluit goed aan bij dit bericht

Meer weten over dit onderwerp?
Toon alle blogberichten