Hoe verandert een samenleving door de tijd? Waarom wonen mensen waar ze wonen? Hoe worden welvaart en kansen verdeeld? Wie heeft invloed en macht? En waarom kunnen mensen heel verschillend naar hetzelfde maatschappelijke vraagstuk kijken?

Dit soort vragen staan centraal in het leergebied mens en maatschappij. Het leergebied brengt kennis uit onder andere geschiedenis, aardrijkskunde en economie samen en leert leerlingen maatschappelijke verschijnselen vanuit verschillende perspectieven onderzoeken.

De nieuwe kerndoelen zijn ontwikkeld voor zowel het primair onderwijs als de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Daarbij is bewust een doorgaande lijn aangebracht. In het PO bouwen leerlingen een brede basis op; in het VO worden kennis, contexten en denkwijzen verder verdiept en neemt het abstractieniveau toe.

De doelen zijn definitief ontwikkeld, maar nog niet wettelijk van kracht. De verwachting is dat ze per 1 augustus 2027 in de wet worden opgenomen.

De officiële kerndoelen vind je bij SLO. Op deze pagina leggen we uit wat ze betekenen voor de onderwijspraktijk.

PO en VO

Mens en maatschappij is in het PO en VO duidelijk herkenbaar als hetzelfde leergebied, maar de sets zijn niet identiek.

In het primair onderwijs zijn er vier domeinen:

  • vraagstukken en perspectieven;
  • mens en ruimte;
  • mens en tijd;
  • mens en samenleving.

In de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn er vijf:

  • vraagstukken en perspectieven;
  • mens en ruimte;
  • mens en tijd;
  • mens en welvaart;
  • mens en samenleving.

Het opvallendste verschil is dus het afzonderlijke domein mens en welvaart in het VO. Economische inhoud is in het PO al aanwezig, maar krijgt in de onderbouw van het VO een eigen en uitgebreidere plaats.

De doorgaande lijn zit daarnaast in de complexiteit. In het PO onderzoeken leerlingen vooral herkenbare situaties uit hun omgeving en bouwen ze basiskennis op. In het VO worden contexten breder, vraagstukken complexer en leren leerlingen verschillende waarden, belangen, actoren en structuren steeds nadrukkelijker tegen elkaar afwegen.

Kijken met perspectieven

Een belangrijk uitgangspunt in zowel PO als VO is dat maatschappelijke verschijnselen zelden vanuit één invalshoek volledig te begrijpen zijn.

Een vraagstuk over woningbouw gaat bijvoorbeeld niet alleen over ruimte. Het kan ook gaan over economie, natuur, belangen van bewoners, politieke keuzes, bereikbaarheid en historische ontwikkeling.

Leerlingen leren daarom werken met verschillende denkwijzen. Ze onderzoeken bijvoorbeeld:

  • oorzaken en gevolgen;
  • overeenkomsten en verschillen;
  • verandering en continuïteit;
  • waarden en belangen;
  • verschillende perspectieven;
  • de invloed van mensen, groepen, instituties en structuren.

In het PO leren leerlingen zulke verschillen vooral herkennen en benoemen. In het VO wordt van hen steeds vaker gevraagd om perspectieven, belangen en waarden ook af te wegen en hun conclusies te onderbouwen.

Daarmee verschuift het onderwijs geleidelijk van verkennen naar steeds zelfstandiger analyseren en redeneren.

Ruimte

Binnen het domein mens en ruimte bouwen leerlingen een geografisch wereldbeeld op en leren zij ruimtelijke verschijnselen begrijpen.

In het PO begint dat dicht bij huis. Leerlingen verkennen hun omgeving en leren werken met kaarten en andere geografische bronnen. Ze bouwen kennis op over landen, gebieden, bevolking, wonen, werk, infrastructuur en de manier waarop mensen hun leefomgeving gebruiken.

In het VO wordt deze geografische blik breder en complexer. Leerlingen onderzoeken ruimtelijke vraagstukken op verschillende schaalniveaus en kijken naar processen als urbanisatie, migratie, globalisering en ruimtelijke ongelijkheid.

Ook ruimtelijke inrichting krijgt in het VO nadrukkelijker een plaats. Waarom wordt ruimte op een bepaalde manier gebruikt? Welke belangen spelen bij woningbouw, infrastructuur of voorzieningen? En welke keuzes zijn mogelijk?

Daarbij leren leerlingen informatie uit kaarten, geografische gegevens, tabellen en andere bronnen combineren.

Tijd

Geschiedenis vormt een tweede belangrijke pijler van het leergebied.

Leerlingen bouwen kennis op over belangrijke historische ontwikkelingen en leren gebeurtenissen in de tijd plaatsen. Tegelijkertijd gaat het nieuwe curriculum verder dan het onthouden van jaartallen en gebeurtenissen.

Leerlingen leren ook historisch denken:

  • oorzaken en gevolgen onderzoeken;
  • verandering en continuïteit herkennen;
  • historische bronnen gebruiken;
  • verschillende historische perspectieven onderscheiden;
  • verbanden leggen tussen verleden en heden.

SLO heeft daarbij de historische periodisering vernieuwd. Het aantal tijdvakken is teruggebracht en de bekende kenmerkende aspecten zijn vervangen door een kleiner aantal historische ontwikkelingen. Ook zijn de Canonvensters niet langer voorgeschreven.

In het PO werken leerlingen met zes tijdvakken. In het VO worden vijf tijdvakken gebruikt. De inhoud wordt daar verder verdiept en leerlingen leren steeds zelfstandiger historische ontwikkelingen analyseren. :contentReference[oaicite:1]{index=1}

Belangrijk blijft ook de doorwerking van het verleden. Onderwerpen als kolonialisme, slavernij, de wereldoorlogen, de Holocaust, democratisering en migratie worden verbonden aan de samenleving van nu.

Welvaart en economie

Economische inhoud komt in zowel PO als VO terug, maar krijgt in het VO een eigen domein: mens en welvaart.

In het PO maken leerlingen bijvoorbeeld kennis met werk en inkomen, consumeren, sparen, lenen en de gevolgen van economische keuzes.

In het VO wordt deze basis verder uitgebouwd. Leerlingen onderzoeken hoe economische systemen functioneren en hoe keuzes worden gemaakt onder omstandigheden waarin middelen beperkt zijn.

Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan over:

  • productie en consumptie;
  • arbeid en inkomen;
  • markten;
  • overheid en economie;
  • welvaart en verdeling;
  • financiële keuzes;
  • economische belangen en afhankelijkheden.

De toevoeging van dit aparte VO-domein is belangrijk. Voor veel leerlingen is de onderbouw namelijk het laatste moment waarop economie als brede maatschappelijke kennis gegarandeerd deel uitmaakt van hun onderwijs.

Samenleven

Mens en maatschappij gaat ook over de manier waarop mensen samenlevingen organiseren en hoe mensen zich tot elkaar verhouden.

In het PO leren leerlingen onder andere over invloed en macht, diversiteit, hun sociale omgeving en economische keuzes. Ook onderwerpen als sociale ontwikkeling en verkeer komen daar terug.

In het VO verschuift de nadruk naar complexere maatschappelijke structuren en relaties. Leerlingen onderzoeken bijvoorbeeld hoe groepen, instituties, overheid, bedrijven en media invloed uitoefenen.

Ook diversiteit blijft een belangrijk onderwerp. Leerlingen leren verschillen tussen mensen en groepen herkennen en onderzoeken hoe onder andere achtergrond, cultuur, religie, taal, sociaaleconomische positie en andere kenmerken invloed kunnen hebben op de samenleving.

Daarbij leren ze ook nadenken over stereotypering, discriminatie, uitsluiting, sociale samenhang en maatschappelijke kansen.

In het VO wordt sterker verwacht dat leerlingen dergelijke verschijnselen niet alleen herkennen, maar ook vanuit verschillende maatschappelijke perspectieven kunnen analyseren.

PO naar VO

De nieuwe kerndoelen Mens en maatschappij geven voor het eerst expliciet vorm aan een doorgaande lijn van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs.

Dat betekent niet dat het VO simpelweg dezelfde onderwerpen nog een keer behandelt. De ontwikkeling zit vooral in drie dingen:

  • de inhoud wordt complexer;
  • de opdrachten en denkhandelingen worden complexer;
  • leerlingen werken met bredere en minder vertrouwde contexten.

Een leerling kan in het PO bijvoorbeeld leren verschillende belangen rond een situatie te benoemen. In het VO kan vervolgens worden gevraagd die belangen en waarden tegen elkaar af te wegen en rekening te houden met de rol van organisaties, instituties en maatschappelijke structuren.

Ook de schaal verandert. In het PO begint veel vanuit de eigen omgeving en herkenbare situaties. In het VO komen nationale, Europese en mondiale ontwikkelingen nadrukkelijker in beeld.

Voor VO-scholen is daarbij belangrijk dat de onderbouw voor een groot deel van de leerlingen ook eindonderwijs is voor aardrijkskunde, economie en geschiedenis. Niet iedere leerling kiest deze vakken later in de bovenbouw. Daarom moet de onderbouw een stevige brede basis bieden. :contentReference[oaicite:2]{index=2}

Voor leerlingen die de mens- en maatschappijvakken wel kiezen, vormt dezelfde basis het vertrekpunt voor verdere verdieping in de bovenbouw.

Samenhang

Mens en maatschappij heeft veel inhoudelijke verbindingen met andere leergebieden.

Met burgerschap
Deze twee leergebieden liggen dicht bij elkaar, maar zijn niet hetzelfde. Mens en maatschappij helpt leerlingen samenlevingen in tijd en ruimte vanuit verschillende perspectieven te begrijpen.

Bij burgerschap ligt het accent sterker op democratische waarden, betrokkenheid en de manier waarop leerlingen zelf kunnen handelen en invloed kunnen uitoefenen.

Kort gezegd: mens en maatschappij helpt leerlingen de samenleving begrijpen; burgerschap helpt hen om er bewust in te handelen.

Met mens en natuur
Ook met mens en natuur is er veel samenhang. Fysische geografie, weer en klimaat zijn ondergebracht bij mens en natuur. Sociale en culturele geografie hebben een plek binnen mens en maatschappij.

Vraagstukken rond klimaat, energie, water of duurzaamheid vragen daardoor vaak om kennis uit beide leergebieden.

Met Nederlands
Leerlingen lezen maatschappelijke en historische teksten, vergelijken bronnen, voeren gesprekken en schrijven beargumenteerde teksten. Daarmee kan inhoudelijk onderwijs in mens en maatschappij bijdragen aan taalontwikkeling.

Met rekenen en wiskunde
Statistieken, grafieken, tabellen, percentages en andere cijfermatige informatie spelen een belangrijke rol bij maatschappelijke en economische vraagstukken. Daarmee ontstaat een natuurlijke verbinding met rekenen en wiskunde.

Met digitale geletterdheid
Informatie zoeken en beoordelen, de invloed van digitale media en de rol van technologie in samenleving en economie verbinden Mens en maatschappij met digitale geletterdheid.

Wat betekent dit?

De nieuwe kerndoelen betekenen niet automatisch dat scholen bestaande vakken moeten samenvoegen of een nieuw vak Mens en maatschappij moeten invoeren.

Het is een leergebied. Scholen houden ruimte om de inhoud via afzonderlijke vakken, wereldoriëntatie, leergebieden, projecten of combinaties daarvan aan te bieden.

Voor het primair onderwijs zijn bijvoorbeeld deze vragen relevant:

  • Bouwen leerlingen gedurende de basisschool voldoende historische, geografische en economische kennis op?
  • Is er een doorgaande lijn, of wordt vooral gewerkt met losse thema's?
  • Leren leerlingen verschillende perspectieven herkennen?
  • Kunnen zij kaarten, bronnen, tabellen en grafieken gebruiken?
  • Wordt de eigen omgeving gebruikt om maatschappelijke verschijnselen concreet te maken?
  • Is duidelijk hoe Mens en maatschappij en burgerschap elkaar aanvullen?

Voor het voortgezet onderwijs verschuift de aandacht:

  • Hoe bouwen aardrijkskunde, geschiedenis en economie voort op de basis uit het PO?
  • Waar komen de gezamenlijke denkwijzen binnen de verschillende vakken terug?
  • Hoe voorkomen we overlap of juist hiaten tussen vaksecties?
  • Krijgen alle leerlingen een voldoende brede basis voordat vakken eventueel verdwijnen uit hun pakket?
  • Hoe sluit de onderbouw aan op maatschappijleer en de mens- en maatschappijvakken in de bovenbouw?
  • Wie bewaakt de samenhang van het leergebied als verschillende secties eraan bijdragen?

Voor beide sectoren geldt dezelfde belangrijke vraag: wat leren leerlingen precies en hoe wordt daarop in een volgende fase voortgebouwd?

Aan de slag

1. Leg de nieuwe doelen naast het huidige curriculum
Kijk welke historische, geografische, economische en maatschappelijke inhoud al wordt aangeboden en waar witte vlekken zitten.

2. Kijk verder dan thema's en vaknamen
Een thema als migratie of duurzaamheid zegt nog niet welke kennis en denkwijzen leerlingen opbouwen. Kijk daarom naar de daadwerkelijke inhoud.

3. Breng de doorgaande lijn in kaart
Onderzoek hoe kennis en vaardigheden gedurende de jaren worden uitgebreid en verdiept. Dat geldt binnen een school, maar ook bij de overgang van PO naar VO.

4. Maak perspectieven expliciet
Laat leerlingen maatschappelijke vraagstukken bewust vanuit meerdere invalshoeken onderzoeken en bouw de complexiteit daarvan geleidelijk op.

5. Bewaak vakkennis én samenhang
Samenwerking tussen vakken kan waardevol zijn, maar mag niet betekenen dat specifieke historische, geografische of economische kennis uit beeld verdwijnt.

6. Kijk over de sectorgrens
PO-scholen kunnen bekijken waarop het VO verder bouwt. VO-scholen kunnen onderzoeken welke kennis en denkwijzen leerlingen vanuit het PO al kunnen hebben ontwikkeld.

Meer over de sectorspecifieke gevolgen lees je bij de nieuwe kerndoelen primair onderwijs en de nieuwe kerndoelen voortgezet onderwijs.

Veelgestelde vragen

Gelden de kerndoelen mens en maatschappij voor PO én VO?
Ja. Er zijn nieuwe kerndoelen ontwikkeld voor het primair onderwijs en voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Ze vormen samen een doorgaande lijn, maar de inhoud en complexiteit verschillen.

Hoeveel domeinen zijn er?
In het PO zijn er vier domeinen: vraagstukken en perspectieven, mens en ruimte, mens en tijd en mens en samenleving. In het VO komt daar het aparte domein mens en welvaart bij.

Is mens en maatschappij één nieuw schoolvak?
Nee. Het is een leergebied. De inhoud is gebaseerd op onder andere geschiedenis, aardrijkskunde en economie. Scholen houden ruimte om te bepalen hoe deze inhoud wordt georganiseerd.

Verdwijnen geschiedenis en aardrijkskunde?
Nee. Historische en geografische vakinhoud blijft juist expliciet onderdeel van de nieuwe kerndoelen. De leergebiedstructuur maakt daarnaast zichtbaar hoe deze vakinhouden met economische en maatschappelijke perspectieven samenhangen.

Is mens en maatschappij hetzelfde als burgerschap?
Nee. Mens en maatschappij richt zich sterker op het onderzoeken en begrijpen van samenlevingen in tijd en ruimte. Burgerschap heeft een nadrukkelijker handelingsgericht en democratisch perspectief.

Waarom heeft het VO een extra domein?
In het VO krijgt economische kennis meer diepgang. Daarom is daar een afzonderlijk domein mens en welvaart opgenomen, waarin leerlingen economische systemen en economische keuzes onderzoeken.

Zijn de nieuwe kerndoelen al verplicht?
Nee. De doelen zijn definitief ontwikkeld, maar nog niet wettelijk van kracht. De verwachting is dat ze per 1 augustus 2027 in de wet worden opgenomen.

Moeten scholen een nieuwe methode aanschaffen?
Niet automatisch. Begin met een analyse van het huidige curriculum. Pas daarna wordt duidelijk welke onderdelen al aansluiten en waar aanvullende inhoud of leermiddelen nodig zijn.

Verder lezen

Voor de officiële formuleringen en volledige uitwerkingen kun je de kerndoelen mens en maatschappij bij SLO raadplegen.