Een vreemde taal leren betekent meer dan woorden en grammaticaregels kennen. Leerlingen leren een taal gebruiken om informatie te begrijpen, met anderen te communiceren en kennis te maken met andere talen, culturen en perspectieven.
Dat brede beeld staat centraal in de nieuwe kerndoelen moderne vreemde talen. Communicatie krijgt een belangrijke plaats, maar er is ook aandacht voor meertaligheid, het leren van talen, cultuur en interculturele communicatie.
Het leergebied ziet er in het primair en voortgezet onderwijs niet precies hetzelfde uit. In het primair onderwijs gaat het om Engels. In het voortgezet onderwijs bouwen leerlingen verder aan Engels en krijgen zij, afhankelijk van hun schoolsoort en leerweg, ook onderwijs in andere moderne vreemde talen.
De nieuwe kerndoelen moderne vreemde talen zijn definitief ontwikkeld, maar nog niet wettelijk van kracht. Naar verwachting worden ze per 1 augustus 2027 in wet- en regelgeving opgenomen. Scholen kunnen zich er nu al op voorbereiden.
De officiële kerndoelen vind je bij SLO. Op deze pagina leggen we uit wat ze betekenen voor de onderwijspraktijk.
Bij moderne vreemde talen is er een belangrijk verschil tussen het primair en voortgezet onderwijs.
In het primair onderwijs hebben de nieuwe kerndoelen betrekking op Engels. Er zijn twee kerndoelen:
In het voortgezet onderwijs is het leergebied breder. Naast Engels krijgen leerlingen, afhankelijk van schoolsoort en leerweg, onderwijs in één of meer andere moderne vreemde talen.
SLO heeft afzonderlijke uitwerkingen gemaakt voor:
De precieze uitwerking en het verwachte beheersingsniveau verschillen per taal, schoolsoort en leerweg.
De kern van het leergebied is leren communiceren in een vreemde taal.
Daarbij gaat het niet alleen om spreken. Leerlingen ontwikkelen verschillende taalvaardigheden in samenhang:
In het PO zetten leerlingen hun eerste stappen in het Engels. Ze leren bijvoorbeeld eenvoudige gesproken, geschreven en audiovisuele teksten begrijpen, communiceren over vertrouwde onderwerpen en zeer eenvoudige teksten schrijven.
Daarbij bouwen ze woordenschat en kennis over taal op en leren ze strategieën gebruiken wanneer ze iets nog niet volledig begrijpen of kunnen zeggen.
In het VO worden communicatieve situaties geleidelijk complexer. Leerlingen communiceren over meer onderwerpen, gebruiken een grotere woordenschat en leren steeds zelfstandiger omgaan met gesproken en geschreven taal.
Het uitgangspunt is daarbij niet dat leerlingen eerst alle grammatica moeten beheersen voordat ze de taal mogen gebruiken. Communiceren en taal leren gaan juist samen.
De nieuwe kerndoelen leggen nadruk op het leren van vreemde talen in rijke en betekenisvolle contexten.
Voor het VO is dat zelfs expliciet als afzonderlijk kerndoel uitgewerkt. Leerlingen komen in aanraking met fictie en non-fictie en met verschillende manieren waarop een taal in de werkelijkheid wordt gebruikt.
Bij Engels gaat het bijvoorbeeld niet uitsluitend om één standaardvariant. Leerlingen maken ook kennis met verschillende taalvariëteiten en met situaties waarin Engels als internationale omgangstaal wordt gebruikt.
Taal wordt bovendien niet alleen functioneel gebruikt. Er is ook aandacht voor creatieve expressie. Leerlingen kunnen experimenteren met woorden, klanken en zinnen en zelf mondelinge of schriftelijke creatieve producten maken.
In het VO wordt taal daarnaast gebruikt om kennis op te bouwen. Leerlingen verwerken informatie uit vreemde-talige teksten bijvoorbeeld door samen te vatten, informatie te ordenen, teksten te vergelijken en ideeën of standpunten te formuleren.
Daarmee ontstaat een duidelijke verbinding met de nieuwe kerndoelen Nederlands, waar taal eveneens wordt gebruikt om kennis te verwerven, te verwerken en te delen.
Een belangrijk onderdeel van de nieuwe kerndoelen moderne vreemde talen is de verbinding met het Europees Referentiekader voor Talen (ERK).
Het ERK beschrijft wat iemand op verschillende niveaus met een taal kan. De bekende niveaus lopen van A1 voor een beginnende taalgebruiker tot C2 voor een zeer vaardige taalgebruiker.
De nieuwe kerndoelen gebruiken het ERK om de doorgaande ontwikkeling van taalvaardigheid zichtbaar te maken.
Engels in het PO
Leerlingen zetten hun eerste stappen als basisgebruiker van het Engels. Voor kijken en luisteren, lezen, mondelinge communicatie en schriftelijke communicatie werken zij doorgaans toe naar ERK-niveau A1.
Engels in het VO
In de onderbouw van het VO ligt het niveau voor de verschillende vaardigheden doorgaans tussen A1 en A2.
In de onderbouw havo/vwo maken leerlingen daarnaast een start met B1: het niveau waarop een leerling zich verder ontwikkelt richting een meer onafhankelijke taalgebruiker.
Bij andere moderne vreemde talen kunnen de niveaus anders liggen. Voor Duits, Frans, Italiaans en Spaans ligt het niveau in de onderbouw doorgaans tussen A1 en A2.
Voor Arabisch, Chinees, Russisch en Turks gelden andere uitgangspunten en ligt de ontwikkeling in de onderbouw doorgaans rond A1.
Het ERK helpt daarmee om niet alleen te kijken naar welke onderwerpen zijn behandeld, maar vooral naar wat een leerling daadwerkelijk met de taal kan doen.
De verbinding met het ERK maakt de doorgaande lijn tussen PO en VO veel zichtbaarder.
In het PO wordt bij Engels de basis gelegd. Leerlingen doen ervaring op met de taal, bouwen woordenschat op en leren eenvoudige informatie begrijpen en overbrengen.
In het VO wordt daarop voortgebouwd. De taalactiviteiten nemen toe in talige én cognitieve complexiteit.
Dat gebeurt bijvoorbeeld doordat:
Voor PO-scholen betekent dit dat Engels niet op zichzelf staat. De taalvaardigheid die leerlingen in het PO ontwikkelen vormt het vertrekpunt voor verdere ontwikkeling in het VO.
Voor VO-scholen betekent het dat leerlingen in klas 1 niet allemaal zonder ervaring met Engels binnenkomen. Het is zinvol om zicht te krijgen op wat zij al kunnen en daarop voort te bouwen.
Een moderne vreemde taal leren betekent ook leren omgaan met mensen met verschillende talige en culturele achtergronden.
Daarom vormt taal- en cultuurbewustzijn een afzonderlijk domein.
Leerlingen onderzoeken bijvoorbeeld waar een taal wordt gesproken, wie de taal gebruikt en in welke contexten dat gebeurt. Ze vergelijken aspecten van andere culturen met hun eigen leefwereld en leren overeenkomsten en verschillen herkennen.
In het VO wordt dit verder verdiept. Leerlingen leren bijvoorbeeld stereotypering herkennen en nadenken over aannames die zij over andere talen, landen en culturen hebben.
Ook interculturele communicatie krijgt aandacht. Een boodschap die in de ene culturele context vanzelfsprekend is, kan in een andere context anders worden begrepen.
Leerlingen leren daarom niet alleen een vreemde taal spreken, maar ook steeds beter begrijpen hoe taal en cultuur invloed hebben op communicatie.
Daarmee is er een duidelijke verbinding met mens en maatschappij, waar leerlingen eveneens leren kijken naar cultuur, identiteit, beeldvorming en verschillende perspectieven.
Ook bij burgerschap is die verbinding zichtbaar. Communiceren met mensen met verschillende achtergronden en leren omgaan met verschillen zijn belangrijke onderdelen van deelname aan een pluriforme samenleving.
De nieuwe kerndoelen kijken anders naar de talen die leerlingen al kennen. Die worden niet gezien als iets wat buiten de les gehouden moet worden, maar kunnen juist helpen bij het leren van een nieuwe taal.
Leerlingen ontwikkelen een meertalig repertoire. Daarin kunnen Nederlands, Engels, andere schooltalen, thuistalen, dialecten en taalvariëteiten een plaats hebben.
Bij het leren van Engels kan een leerling bijvoorbeeld overeenkomsten ontdekken met woorden of taalstructuren uit een andere taal die hij of zij al kent.
Ook strategieën die leerlingen bij Nederlands hebben ontwikkeld, kunnen zij gebruiken bij het leren van een vreemde taal.
Voor scholen betekent dit dat talen niet volledig als losse werelden hoeven te worden benaderd. Kennis en strategieën kunnen juist tussen talen worden verbonden.
Moderne vreemde talen bieden veel mogelijkheden om verbindingen te leggen met andere leergebieden.
Met Nederlands
Bij beide leergebieden ontwikkelen leerlingen taalcompetentie. Vaardigheden rond lezen, luisteren, spreken, schrijven en gesprekken voeren kunnen elkaar versterken.
Met mens en maatschappij
Bij mens en maatschappij kunnen vreemde talen worden gebruikt om bronnen uit andere landen te bekijken. Ook onderwerpen als cultuur, leefomgeving, beeldvorming en stereotypering bieden inhoudelijke verbindingen.
Met mens en natuur
Binnen mens en natuur kunnen leerlingen bijvoorbeeld eenvoudige anderstalige bronnen gebruiken bij onderzoek naar natuurwetenschappelijke of mondiale onderwerpen.
Met digitale geletterdheid
Digitale technologie biedt veel mogelijkheden om vreemde talen te gebruiken en te leren. Denk aan online communicatie, audiovisuele bronnen, digitale woordenboeken, vertaaltechnologie en AI.
Daarbij is het belangrijk dat leerlingen zulke middelen ook kritisch en doelgericht leren inzetten. Dat sluit aan bij de nieuwe kerndoelen digitale geletterdheid.
Met kunst en cultuur
Muziek, film, verhalen, poëzie en andere creatieve vormen bieden rijke contexten waarin leerlingen vreemde talen kunnen ervaren en gebruiken.
De nieuwe kerndoelen betekenen niet dat grammatica en woordenschat verdwijnen. Leerlingen hebben kennis van woorden en taalstructuren nodig om steeds beter te kunnen communiceren.
Maar die kennis staat in dienst van een breder doel: de taal daadwerkelijk leren gebruiken.
Voor het primair onderwijs zijn bijvoorbeeld deze vragen relevant:
Voor het voortgezet onderwijs komen daar andere vragen bij:
Voor beide sectoren geldt dat taal vooral wordt geleerd door de taal betekenisvol te gebruiken.
1. Bekijk het huidige taalaanbod
Breng in kaart welke taalvaardigheden leerlingen oefenen en in welke contexten dat gebeurt.
2. Kijk naar het ERK
Onderzoek welke niveaus passend zijn en hoe de ontwikkeling van leerlingen door de jaren heen zichtbaar wordt.
3. Zorg voor rijk taalaanbod
Gebruik niet alleen losse oefeningen, maar ook authentieke of betekenisvolle fictie, non-fictie, audio, video en communicatieve situaties op een passend niveau.
4. Combineer taalvaardigheden
In het dagelijks leven worden luisteren, lezen, spreken en schrijven zelden volledig los van elkaar gebruikt. Zoek daarom naar activiteiten waarin verschillende vaardigheden elkaar versterken.
5. Geef cultuur en meertaligheid een plaats
Kijk verder dan taalregels en woordenschat. Laat leerlingen ook kennismaken met taalvariatie, culturen, perspectieven en hun eigen meertalige repertoire.
6. Leg verbindingen met andere leergebieden
Gebruik bijvoorbeeld thema's uit mens en maatschappij en mens en natuur als betekenisvolle context voor het gebruiken van vreemde talen.
7. Kijk naar de overgang PO-VO
Maak zichtbaar welke basis leerlingen in het PO ontwikkelen en hoe het VO daarop verder bouwt.
Meer over de sectorspecifieke gevolgen lees je bij de nieuwe kerndoelen primair onderwijs en de nieuwe kerndoelen voortgezet onderwijs.
Welke moderne vreemde talen vallen onder de nieuwe kerndoelen?
In het primair onderwijs hebben de kerndoelen betrekking op Engels. In het voortgezet onderwijs zijn er daarnaast uitwerkingen voor Duits, Frans, Italiaans, Spaans, Arabisch, Chinees, Russisch en Turks.
Hoeveel kerndoelen moderne vreemde talen zijn er in het PO?
Voor Engels zijn er twee kerndoelen: communiceren in het Engels en zich ontwikkelen als taal- en cultuurbewuste gebruiker van het Engels.
Is Engels verplicht in het primair onderwijs?
Engels maakt onderdeel uit van de landelijke kerndoelen voor het primair onderwijs. De nieuwe kerndoelen beschrijven wat leerlingen op dit gebied aangeboden moeten krijgen en moeten ontwikkelen.
Moeten leerlingen aan het einde van het PO Engels op A1-niveau beheersen?
SLO beschrijft dat leerlingen in het PO voor de verschillende taalvaardigheden doorgaans toewerken naar ERK-niveau A1. Het ERK wordt gebruikt om de ontwikkeling en doorgaande lijn van taalvaardigheid zichtbaar te maken.
Wat verandert er in het VO?
In het VO wordt de taalvaardigheid verder uitgebreid en verdiept. Leerlingen werken met complexere teksten en situaties, gebruiken taal vaker om kennis te verwerven en ontwikkelen meer taal- en cultuurbewustzijn. Daarnaast volgen zij afhankelijk van schoolsoort en leerweg andere moderne vreemde talen naast Engels.
Verdwijnen grammatica en woordenschat?
Nee. Woordenschat en kennis over taal blijven nodig om te kunnen communiceren. De kerndoelen plaatsen deze kennis nadrukkelijk in de context van betekenisvol taalgebruik.
Wat is de rol van het ERK?
Het Europees Referentiekader voor Talen beschrijft taalvaardigheid op verschillende niveaus. De kerndoelen gebruiken deze niveaus om de doorgaande ontwikkeling van PO naar VO en uiteindelijk de bovenbouw te ondersteunen.
Wanneer worden de nieuwe kerndoelen moderne vreemde talen verplicht?
De nieuwe kerndoelen zijn definitief ontwikkeld, maar nog niet wettelijk van kracht. Naar verwachting worden ze per 1 augustus 2027 in wet- en regelgeving opgenomen.
Voor de officiële formuleringen en volledige uitwerking kun je de kerndoelen moderne vreemde talen bij SLO raadplegen.