Kunst maken, muziek beleven, dansen, acteren, ontwerpen, naar kunst kijken of cultureel erfgoed ontdekken: kunst en cultuur geeft leerlingen andere manieren om naar zichzelf, anderen en de wereld te kijken.

In de nieuwe kerndoelen kunst en cultuur staan daarom niet alleen technieken of kunstdisciplines centraal. Leerlingen ontwikkelen ook hun artistiek creatief vermogen, leren betekenis geven aan wat zij zelf en anderen maken en doen ervaring op met kunst en cultuur binnen én buiten de school.

De nieuwe kerndoelen zijn ontwikkeld voor zowel het primair onderwijs als de onderbouw van het voortgezet onderwijs. De inhoudelijke structuur is in beide sectoren hetzelfde. In het PO wordt een brede basis gelegd; in het VO worden het artistieke proces, de technieken, reflectie en het plaatsen van kunst in context verder verdiept.

De kerndoelen zijn definitief ontwikkeld, maar nog niet wettelijk van kracht. Naar verwachting worden ze per 1 augustus 2027 opgenomen in wet- en regelgeving. Scholen kunnen er nu al mee aan de slag.

De officiële kerndoelen vind je bij SLO. Op deze pagina leggen we uit wat ze betekenen voor de onderwijspraktijk.

PO en VO

De doorgaande lijn tussen PO en VO is bij kunst en cultuur goed herkenbaar. Beide sectoren werken met dezelfde drie domeinen.

Primair onderwijs Onderbouw VO Domein
Kerndoel 35 Kerndoel 40 Artistiek creatief vermogen
Kerndoel 36 Kerndoel 41 Maken en betekenis geven
Kerndoel 37 Kerndoel 42 Meemaken en betekenis geven

Artistiek creatief vermogen
Leerlingen leren experimenteren, ideeën onderzoeken, keuzes maken, inspiratie gebruiken en hun werk tijdens het maakproces bijstellen.

Maken en betekenis geven
Leerlingen drukken verhalen, gedachten, ervaringen, gevoelens en ideeën uit in kunstzinnige vormen en ontwikkelen daarvoor technieken en vaardigheden.

Meemaken en betekenis geven
Leerlingen maken kunst en cultuur actief mee, ontmoeten werk van verschillende makers en leren nadenken over de betekenis, functie en context ervan.

De ontwikkeling van PO naar VO zit vooral in de zelfstandigheid, verdieping en reflectie. Waar leerlingen in het PO veel verkennen en experimenteren, leren zij in het VO bewuster keuzes maken, die keuzes onderbouwen en kunst vanuit meerdere perspectieven en contexten onderzoeken.

Creatief vermogen

Een belangrijk uitgangspunt van de nieuwe kerndoelen is dat creativiteit niet alleen gaat over een leuk of origineel eindproduct.

Het maakproces zelf is belangrijk.

Leerlingen leren bijvoorbeeld:

  • experimenteren en improviseren;
  • verschillende ideeën onderzoeken;
  • materiaal, technieken en vormen uitproberen;
  • inspiratie halen uit het werk van anderen;
  • keuzes maken;
  • werk bekijken en bespreken;
  • een idee of product tijdens het proces aanpassen.

In het PO is er veel ruimte voor spelen, ontdekken en oriënteren. Leerlingen onderzoeken wat verschillende materialen, klanken, bewegingen, beelden en technieken mogelijk maken.

In het VO wordt dit proces doelgerichter. Leerlingen onderzoeken meerdere mogelijkheden, selecteren creatieve strategieën en leren steeds bewuster uitleggen waarom zij bepaalde keuzes hebben gemaakt.

Ook reflectie wordt belangrijker. Niet alleen: vind ik mijn werk mooi?, maar bijvoorbeeld: wat wilde ik uitdrukken, welke keuzes heb ik gemaakt en welk effect hebben die keuzes?

Het gaat daardoor om creatief denken én creatief handelen.

Maken

Zelf kunst maken blijft vanzelfsprekend een kern van het leergebied. Leerlingen leren hun ideeën en ervaringen vormgeven en daar passende technieken en middelen bij gebruiken.

Dat kan binnen verschillende kunstvormen, bijvoorbeeld:

  • beeldende kunst en vormgeving;
  • muziek;
  • dans;
  • theater en drama;
  • fotografie en film;
  • toegepaste vormen van kunst en ontwerp.

De kerndoelen schrijven niet voor dat iedere leerling binnen iedere kunstdiscipline precies hetzelfde programma moet doorlopen. Wel moeten leerlingen een voldoende breed kunstzinnig aanbod krijgen waarin zij verschillende manieren van maken en uitdrukken ervaren.

In het PO
Leerlingen oriënteren zich breed op materialen, technieken, middelen en processen. Ze gebruiken kunst om verhalen, ideeën, gevoelens en ervaringen te verbeelden.

In het VO
De technische en artistieke eisen kunnen toenemen. Leerlingen maken bewustere keuzes uit bekende én nieuwe technieken en leren vormgevingselementen doelgerichter inzetten.

Ook gezamenlijk maken blijft belangrijk. Muziek, theater, film en dans vragen bijvoorbeeld vaak om afstemming, luisteren, reageren en samenwerken.

Betekenis geven

Kunst maken is niet alleen uitvoeren. Leerlingen leren ook nadenken over de betekenis van wat zij maken en meemaken.

Een kunstwerk kan bijvoorbeeld een verhaal vertellen, een emotie oproepen, een maatschappelijk onderwerp onderzoeken, schoonheid nastreven, provoceren of een andere blik op de werkelijkheid bieden.

In het PO leren leerlingen vragen stellen over kunst, hun eigen ervaringen verwoorden en verschillende interpretaties ontdekken.

In het VO wordt die reflectie verder verdiept. Leerlingen:

  • beschouwen werk vanuit verschillende perspectieven;
  • gebruiken vaktaal;
  • onderzoeken vormgevingselementen;
  • gebruiken bronnen over makers en context;
  • interpreteren kunstzinnige uitingen;
  • onderbouwen hun mening.

Daarmee leren leerlingen dat er bij kunst niet altijd één juist antwoord bestaat, maar dat een interpretatie wel onderzocht en onderbouwd kan worden.

Deze ontwikkeling sluit inhoudelijk goed aan op Nederlands, waar leerlingen eveneens leren ervaringen, interpretaties en argumenten onder woorden te brengen.

Kunst meemaken

De nieuwe kerndoelen gaan nadrukkelijk niet alleen over kunst die binnen het klaslokaal wordt gemaakt.

Leerlingen moeten kunst en cultuur ook meemaken. Dat kan bijvoorbeeld door:

  • een museum of tentoonstelling te bezoeken;
  • theater, dans of een concert mee te maken;
  • een film te bekijken en bespreken;
  • erfgoed in de eigen omgeving te onderzoeken;
  • een kunstenaar of andere professionele maker te ontmoeten;
  • kunst en cultuur in de openbare ruimte te verkennen.

In het PO gaat het onder meer om kennismaken, ervaren en ontdekken wat leerlingen zelf aanspreekt.

In het VO leren leerlingen kunstuitingen uitgebreider vergelijken en onderzoeken. Ze kijken bijvoorbeeld naar de relatie tussen vorm en betekenis en naar de invloed van tijd, plaats en maatschappelijke context.

Ook de functie van kunst in de samenleving krijgt meer aandacht. Waarom maken mensen kunst? Welke invloed kan kunst hebben? Welke verhalen worden door kunst en erfgoed verteld en welke perspectieven zijn daarin zichtbaar?

Daar ontstaat een natuurlijke verbinding met mens en maatschappij, waar leerlingen eveneens onderzoeken hoe cultuur, geschiedenis en samenleving elkaar beïnvloeden.

Kunst en samenleving

De nieuwe kerndoelen laten duidelijk zien dat kunst niet losstaat van de wereld waarin zij wordt gemaakt.

Leerlingen kunnen kunstzinnige uitingen maken als reactie op maatschappelijke vraagstukken en gebeurtenissen. Kunst biedt daarmee een andere manier om onderwerpen te onderzoeken dan alleen via een tekst, debat of feitelijke analyse.

Denk bijvoorbeeld aan thema's als:

  • identiteit;
  • diversiteit;
  • vrijheid;
  • klimaat en duurzaamheid;
  • oorlog en vrede;
  • technologie;
  • sociale verhoudingen;
  • de leefomgeving.

Bij burgerschap kunnen leerlingen zich bijvoorbeeld verdiepen in verschillende waarden en maatschappelijke perspectieven. Binnen kunst en cultuur kunnen zij vervolgens onderzoeken hoe zulke thema's in kunst worden verbeeld of er zelf artistiek betekenis aan geven.

Ook mens en natuur kan inspiratie bieden. Natuur, biodiversiteit, klimaat en technologie zijn niet alleen wetenschappelijke onderwerpen, maar worden ook door kunstenaars onderzocht, verbeeld en bevraagd.

Dat betekent niet dat kunstonderwijs altijd in dienst moet staan van andere leergebieden. Kunst en cultuur heeft een eigen inhoud en eigen manieren van denken, maken en ervaren.

Verbinding is vooral waardevol wanneer beide leergebieden er inhoudelijk sterker van worden.

Digitale kunst

De wereld waarin leerlingen kunst maken en meemaken is steeds digitaler. Fotografie, video, animatie, digitale vormgeving, muziekproductie en andere digitale vormen horen bij de hedendaagse kunst- en cultuurpraktijk.

Ook generatieve AI roept nieuwe vragen op. Wie is bijvoorbeeld de maker wanneer een digitaal systeem een beeld of muziek genereert? Welke keuzes maakt de gebruiker zelf? Waar komt het bronmateriaal vandaan? En wanneer is iets een eigen creatie?

De kerndoelen Kunst en cultuur schrijven geen specifieke digitale toepassingen voor, maar bieden wel ruimte om nieuwe technieken, media en kunstvormen te onderzoeken en te gebruiken.

Dat creëert een duidelijke verbinding met digitale geletterdheid. Daar leren leerlingen onder andere over digitale systemen, AI, auteurschap, informatie en verantwoord gebruik van technologie.

Binnen kunst en cultuur kan die kennis praktisch betekenis krijgen wanneer leerlingen zelf digitale kunst maken, bestaande werken herinterpreteren of onderzoeken hoe technologie de kunstwereld verandert.

PO naar VO

De doorgaande lijn van PO naar VO zit bij kunst en cultuur niet zozeer in meer kunstvormen behandelen, maar vooral in de ontwikkeling van het artistieke proces.

In het PO ligt een brede basis:

  • experimenteren en spelen;
  • ideeën ontwikkelen;
  • verschillende kunstvormen ervaren;
  • technieken verkennen;
  • eigen werk en dat van anderen bespreken;
  • kunst en cultuur actief meemaken.

In het VO wordt daarop voortgebouwd:

  • creatieve strategieën bewuster selecteren;
  • keuzes in het maakproces verantwoorden;
  • technieken verdiepen;
  • bronnen bewust gebruiken;
  • kunst interpreteren vanuit verschillende perspectieven;
  • meningen met vaktaal onderbouwen;
  • kunst en cultuur nadrukkelijker in historische en maatschappelijke context plaatsen.

Een VO-school hoeft dus niet opnieuw te beginnen met de vraag wat beeld, muziek, theater of dans is. Leerlingen kunnen vanuit het PO al ervaringen en een beginnend artistiek repertoire meenemen.

Andersom is het voor PO-scholen waardevol om te weten waarop in het VO wordt voortgebouwd. Daardoor kan kunstonderwijs gedurende de schoolloopbaan steeds meer diepgang krijgen.

Voor leerlingen die in de bovenbouw kiezen voor kunstvakken loopt deze ontwikkeling vervolgens verder richting de vernieuwde examenprogramma's. SLO werkt momenteel ook aan die actualisatie.

Samenhang

Kunst en cultuur heeft natuurlijke verbindingen met verschillende leergebieden.

Met moderne vreemde talen
Muziek, films, verhalen, theater en andere kunstvormen bieden rijke culturele contexten voor het leren van talen. Tegelijk leren leerlingen bij moderne vreemde talen over cultuur, perspectief en interculturele communicatie.

Met Nederlands
Leerlingen bespreken en interpreteren kunst, presenteren hun maakproces en verwoorden hun ervaringen en artistieke keuzes. Dat sluit aan op Nederlands.

Met mens en maatschappij
Kunst en erfgoed zijn altijd verbonden met een bepaalde tijd, plaats en maatschappelijke context. Daardoor ligt een inhoudelijke verbinding met mens en maatschappij voor de hand.

Met burgerschap
Kunst kan perspectieven zichtbaar maken, maatschappelijke onderwerpen onderzoeken en gesprekken oproepen over identiteit, waarden en verschillen. Dat biedt kansen voor verbinding met burgerschap.

Met digitale geletterdheid
Digitale technologie biedt nieuwe manieren om kunst te maken, verspreiden en beleven. Tegelijk roept die technologie vragen op over auteurschap, AI, media en creativiteit. Dat verbindt het leergebied met digitale geletterdheid.

Samenhang hoeft daarbij niet te betekenen dat kunst alleen als creatieve verwerking van een ander vak wordt ingezet. Het leergebied heeft eigen kerndoelen die doelgericht moeten worden opgebouwd.

Wat betekent dit?

Voor veel scholen zal kunst en cultuur al op allerlei manieren aanwezig zijn: muzieklessen, beeldende opdrachten, voorstellingen, culturele projecten, museumbezoeken, musicals of activiteiten rond erfgoed.

De nieuwe kerndoelen stellen echter een belangrijkere vraag: vormen al die activiteiten samen ook een doorgaand kunst- en cultuurcurriculum?

Voor het primair onderwijs kunnen bijvoorbeeld deze vragen helpen:

  • Komen maken, meemaken én reflecteren alle drie structureel aan bod?
  • Ervaren leerlingen verschillende kunstdisciplines en technieken?
  • Krijgen zij voldoende ruimte om te experimenteren en eigen ideeën te ontwikkelen?
  • Leren zij hun werk en dat van anderen bespreken?
  • Maken leerlingen professionele kunst en cultuur mee?
  • Is er een doorgaande ontwikkeling van groep 1 tot en met 8?
  • Of bestaat ons aanbod vooral uit losse projecten en jaarlijkse activiteiten?

Voor het voortgezet onderwijs verschuift de aandacht:

  • Hoe bouwen we voort op de kunstzinnige ervaringen uit het PO?
  • Worden artistieke technieken aantoonbaar verder verdiept?
  • Leren leerlingen hun artistieke keuzes steeds beter verantwoorden?
  • Worden maken, meemaken en onderzoeken met elkaar verbonden?
  • Krijgt kunsthistorische en maatschappelijke context voldoende aandacht?
  • Hoe werken verschillende kunstvakken samen binnen het leergebied?
  • Hoe sluit de onderbouw aan op kunstvakken en CKV in de bovenbouw?

Voor beide sectoren geldt dat alleen iets maken niet voldoende is. De nieuwe kerndoelen verbinden maken nadrukkelijk met onderzoeken, meemaken, betekenis geven en reflecteren.

Aan de slag

1. Breng het huidige aanbod in kaart
Bekijk lessen, projecten, culturele activiteiten, excursies, voorstellingen en andere onderdelen van het kunst- en cultuuronderwijs.

2. Leg de drie domeinen ernaast
Controleer of artistiek creatief vermogen, zelf maken én kunst en cultuur meemaken allemaal herkenbaar terugkomen.

3. Kijk naar het proces
Onderzoek of leerlingen alleen een opdracht uitvoeren of ook daadwerkelijk experimenteren, ideeën ontwikkelen, keuzes maken, feedback gebruiken en werk bijstellen.

4. Maak reflectie zichtbaar
Laat leerlingen praten en schrijven over eigen werk en het werk van anderen. Bouw de kwaliteit van die reflectie gedurende de schoolloopbaan verder op.

5. Zorg voor breedte én verdieping
Leerlingen hebben baat bij verschillende kunstvormen en technieken, maar moeten ook de kans krijgen om vaardigheden en artistieke keuzes verder te ontwikkelen.

6. Kijk buiten de school
Onderzoek welke musea, podia, kunstenaars, erfgoedlocaties en culturele instellingen in de omgeving kunnen bijdragen aan het curriculum.

7. Zoek gerichte verbindingen
Verbind kunst en cultuur bijvoorbeeld met moderne vreemde talen, mens en maatschappij of digitale geletterdheid wanneer dat de inhoud van beide leergebieden versterkt.

8. Kijk over de sectorgrens
PO-scholen kunnen bekijken waarop het VO verder bouwt. VO-scholen kunnen onderzoeken welke kunstzinnige ervaringen en vermogens leerlingen vanuit het PO al kunnen hebben ontwikkeld.

Meer over de sectorspecifieke gevolgen lees je bij de nieuwe kerndoelen primair onderwijs en de nieuwe kerndoelen voortgezet onderwijs.

Veelgestelde vragen

Gelden de kerndoelen kunst en cultuur voor PO én VO?
Ja. Er zijn nieuwe kerndoelen ontwikkeld voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Beide sets hebben dezelfde drie inhoudelijke domeinen en vormen samen een doorgaande lijn.

Hoeveel kerndoelen kunst en cultuur zijn er?
Er zijn in beide sectoren drie kerndoelen. In het PO zijn dit kerndoelen 35, 36 en 37. In de onderbouw van het VO zijn dit kerndoelen 40, 41 en 42.

Zijn de nieuwe kerndoelen kunst en cultuur al verplicht?
Nee. De kerndoelen zijn definitief ontwikkeld, maar nog niet wettelijk van kracht. Naar verwachting worden ze per 1 augustus 2027 opgenomen in wet- en regelgeving.

Welke kunstdisciplines vallen eronder?
De kerndoelen bieden ruimte voor onder andere beeldende kunst en vormgeving, muziek, dans, film, theater en andere kunstzinnige en toegepaste vormen. Ook cultureel erfgoed en het actief meemaken van kunst en cultuur hebben een duidelijke plaats.

Moet iedere school alle kunstdisciplines als afzonderlijk vak aanbieden?
Nee. De kerndoelen schrijven niet voor hoe scholen hun rooster of vakkenstructuur moeten organiseren. Wel moet het totale curriculum leerlingen voldoende mogelijkheden bieden om artistiek vermogen te ontwikkelen, kunst te maken en kunst en cultuur mee te maken.

Is een jaarlijkse musical of museumbezoek voldoende?
Niet als volledig kunst- en cultuurcurriculum. Zulke activiteiten kunnen zeer waardevol zijn, maar de nieuwe kerndoelen vragen om een doorgaande ontwikkeling in maken, meemaken, creatieve strategieën, technieken, betekenis geven en reflecteren.

Moet kunst altijd gekoppeld worden aan andere vakken?
Nee. Samenhang met andere leergebieden kan waardevol zijn, maar kunst en cultuur heeft eigen inhoudelijke doelen. Kunst hoeft dus niet alleen te dienen als creatieve verwerking van bijvoorbeeld geschiedenis, taal of burgerschap.

Wat is het belangrijkste verschil tussen PO en VO?
In het VO neemt de zelfstandigheid en verdieping toe. Leerlingen maken bewustere artistieke keuzes, gebruiken meer vaktaal en bronnen en leren kunst nadrukkelijker interpreteren en plaatsen in historische en maatschappelijke context.

Wat gebeurt er na de onderbouw?
In de bovenbouw kunnen leerlingen verdergaan met onder andere kunstvakken en CKV. Ook de examenprogramma's binnen kunst en cultuur worden momenteel vernieuwd.

Verder lezen

Voor de officiële formuleringen en volledige uitwerkingen kun je de kerndoelen bij SLO raadplegen.